Meer over Visie

Visie

Tijdens de synodevergadering van de Hersteld Hervormde kerk in november 2011 is een werkgroep Israël ingesteld, die als taak kreeg om een standpunt te ontwikkelen over de plaats en positie van de kerk ten opzichte van Israël. Israël neemt een unieke plaats in, niet alleen in de geschiedenis, maar nog tot op de dag van vandaag. Israël is het land van de Bijbel en de Joden zijn het volk, waaruit de Messias is geboren. Hoe is echter de verhouding tussen Israël en de kerk? Wat betekent dit voor de kerk? Welke roeping heeft zij ten opzichte van Israël? De werkgroep heeft hier studie naar verricht wat heeft geresulteerd in het boekje ‘De ene olijfboom’ (zie kader). Om invulling te geven aan haar roeping ten aanzien van Israël heeft de synode van de Hersteld Hervormde Kerk op haar vergadering in november 2014 een commissie Israël benoemd.

In het Nieuwe Testament wordt, na de geboorte van Christus, de geboorte van de kerk bestaande uit Jood en heiden beschreven. Dit begint met de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag. Het is de heidenapostel Paulus, uit het geslacht van Israël, van den stam  van Benjamin, een Hebreeër uit de Hebreeën, naar de wet een Farizeeër (Fil. 3: 5), die ons leert wat onze roeping is ten aanzien van zijn broederen, het Joodse volk. In zijn zendbrief aan de gemeente van Rome heeft hij met een speciaal doel, en niet zomaar als een soort intermezzo, de hoofdstukken 9 t/m 11 ingevoegd. In de Romeinenbrief leert Paulus dat wij niet meer kunnen zalig worden uit de werken van de wet, maar alleen door het geloof in Christus. En dat geldt ook voor Israël! Paulus leert dat ook zij moeten komen tot de onvoorwaardelijke omhelzing van Christus. De bekering van Israël (Rom. 11: 26) laat zien dat het Evangelie onvoorwaardelijk is. Dat het enkel vrije genade is waardoor zij en wij zalig moeten en kunnen worden. Israël moet leren dat het alleen daarvan is te verwachten en niet van hun werken of prestaties. En daarom is het de roeping van de kerk om hen tot jaloersheid te brengen. ‘Zo zeg ik dan: Hebben zij gestruikeld, opdat zij vallen zouden? Dat zij  verre; maar door hun val is de zaligheid den heidenen geworden, om  hen tot jaloersheid te verwekken’ (Rom 11: 11). Paulus beroept zich hierbij op de woorden die de Heere tot Mozes heeft gesproken in Deut. 32: 21: ‘Maar ik zeg: Heeft Israël het niet verstaan? Mozes zegt eerst: Ik zal ulieden tot jaloersheid verwekken door degenen, die geen volk zijn; door een onverstandig volk zal ik u tot toorn verwekken’ (Rom 10: 19).

Hoe kunnen wij een jood tot jaloersheid brengen? Een seculiere jood heeft geen belangstelling voor Christus. Een orthodoxe jood, weliswaar om een heel andere reden, evenmin. Zij worden vooralsnog niet zomaar jaloers op het leven met Christus. Eerder  ergeren zij zich daar aan. En ook daar weet Paulus raad op. ‘Want ik geef hun getuigenis, dat zij een ijver tot God hebben, maar niet  met verstand’ (Rom. 10: 2). Wij dienen hen tot een getuigenis zijn, waardoor ze jaloers worden gemaakt! Opdat zij gaan zien wat het betekent om door de liefde van Christus gedreven te worden. ‘Want de liefde van Christus dringt ons’ (2 Kor 5: 14).

Die liefde moet hen tot een getuigenis zijn, in daden en in woorden. Daarbij is het gebed onmisbaar. Ook dat is voor Paulus noodzaak. ‘Broeders, de toegenegenheid mijns harten, en het gebed, dat ik tot God  voor Israël doe, is tot hun zaligheid’ (Rom. 10: 1). In de gemeenten moet het gebed voor Israël worden verlevendigd. Dit kan alleen als de nood van Israël als land en volk op het hart is gebonden. Het is het werk van de Heilige Geest om deze nood op te binden. De Heere werkt echter door de middelen, zodat wij in een middellijke weg de nood onder de aandacht mogen brengen. Daarnaast moet in de gemeente de liefde voor Israël worden opgewekt. Dat zal ook het gebed voor Israël ten goede komen. En dat zal Israël tot jaloersheid verwekken als zij zien dat de Heere Zich bemoeit en ontfermt over heidenen, die geen volk zijn, een onverstandig volk (vgl. Deut 32: 21 en Rom. 10: 19), terwijl zij die nabijheid en goedheid van de Heere moeten missen. Dit kan de Heere alleen Zelf werken, maar Hij gebruikt daar mensen voor. Daarin ligt onze roeping als kerk. Hen tot een getuigenis zijn, waardoor zij tot jaloersheid worden verwekt, door de liefde van Christus die zij mogen ervaren en het gebed wat hen omringt.

  • © hersteld hervormde kerk 2020