mannenbond

Welkom

Toen naderde Elia tot het gansche volk, en zeide: hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zoo de Heere God is, volgt Hem na, en zoo het Baal is, volgt hem na. Maar het volk antwoordde niet één woord. 1 Koningen 18:21.

In Elia’s boodschap komt tevens openbaar, dat Jehova Zich in het tweede gebod terecht een ijverig (naijverig, jaloers) God noemde. Gelijk een bruidegom er jaloers op is, zijn bruid geheel te bezitten, en met een gedeelte van haar liefde niet tevreden kan zijn — zoo is de Heere er jaloers op, dat Zijn volk Hem ganselijk aanhangt. Hij kan het niet verdragen, als Israël nevens Hem ook Baal vereert. Wie zich niet geheel aan Hem toewijdt, heeft in het geheel niet op Zijn gunst te hopen. Ook wij dienen te weten, dat een onverbiddelijk ´óf — óf´ is gesteld: óf het smalle pad des levens, óf de breede weg des verderf; maar het is Gods eer te na, indien wij het spoor Zijner gerechtigheid willen verbinden met de velden, waar de wereld zich legert.

En toch! Jehovah's schijnbare onverschilligheid omhult Zijn verbondstrouw, die bekommerd is over Israël; in Zijn jaloersheid is geen zelfzucht, maar een vurig verlangen om Israël gelukkig te zien. Verstaat, dat Elia's hard-klinkende woord er toe strekte, om Israël tot bezinning en terugkeer te roepen. De droogte bewerkte geen verandering ten goede; doch toen trok Jehova Zijn hand niet van het volk af — neen, neen, tot hun behoud genegen handelde Hij op den Karmel naar een andere methode: zouden zij eindelijk niet bedenken, wat den Heere groot maakt en tot hun vrede dient?

Lezers, lezeressen, met dezen lankmoedige God hebben ook wij te doen. Hij is ons genaderd in Jezus Christus, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. En Hij laat het niet bij één nodiging, bij twee waarschuwingen. Doch op allerlei manieren stelt Hij ons den zegen en den vloek voor. Geen enkele verlorene zal den Heere kunnen aanklagen, dat Hij hem (haar) niet is tegengetreden op het door ons ingeslagen heilloze pad. Soms met zachtheid, soms met hardheid, spreekt Hij Zijn woord — maar het is altoos het woord, dat onze zielen kan zalig maken. Vragen wij toch, dat de Geest der onwederstandelijk genade ons stugge gemoed voor het verlossende woord ontsluiten wil.

´Maar het volk antwoordde hem niet één woord.´ Zonder een nadere toevoeging deelt de Schrift ons dit mede. Toch wagen wij het, een paar opmerkingen te maken. Israëls zwijgen was geenszins het gevolg van beschaamdheid over zijn hinken op twee gedachten. Dat zwijgen sproot evenmin voort uit vrees voor Achabs tegenwoordigheid. Maar het was een bewijs, dat Israël volhardde in zijn halfslachtigheid, ondanks Elia's ernstige taal. Past op, veroordeelt het volk niet te hard, want... wij brengen het er menig keer niet beter af.

Denkt er maar eens over, hoe het met u gesteld kan zijn, nadat gij onder de prediking hebt neergezeten. Gij zwijgt voor God, als waart gij niet in de kerk geweest. Gij hebt niets te belijden, niets te vragen, niets te beloven, want er is niets, dat waarlijk uw hart roert. De Baälspriesters zullen gegrinnikt hebben. Elia had zich uitgesloofd, en het volk hoorde het onbewogen aan. Was daarvoor de samenkomst op den Karmel belegd? Zo verblijdt de hel zich, wanneer na Schriftlezing of kerkgang ons hart gesloten blijft, en onze mond hoogstens een paar ´aangeleerde´ zinnen zonder bezieling als ´gebed´ herhaalt.

En Elia zal pijnlijk door het stilzwijgen getroffen zijn. Verhief zich geen enkele stem, om Jehova te belijden? Maar hij stond er in het geloof; daarom hield hij stand, daarom ging hij verrichten, wat hem opgedragen was. De uitkomst lag immers voor ''s Heeren rekening. Gelukkig, als ook wij mogen volhouden, den naaste op het ene nodige te wijzen, hoewel het vergeefse moeite schijnt.

Wijlen ds. E. van Meer

  • © hersteld hervormde kerk 2018

Ontwerp en realisatie: