mannenbond

Welkom

´Maar de vrucht van de Geest is... zachtmoedigheid, matigheid.´ Galaten 5 : 22

Ja, maar mogen we dan niet genieten? Inderdaad, dat is een vraag. Er zijn genoeg christenen geweest die wat dit betreft heel radicaal waren en ze zijn er nog. In het begin van de christelijke kerk waren er de zogenaamde Enkratieten. Die mensen noemden zich naar deze vrucht van de Geest. Je zou in het Nederlands kunnen zeggen: de zelfbeheersers, de onthouders. Zij vonden zichzelf de ware christenen. Ze huwden niet en leefden sober en streng. We merken er al iets van in het Nieuwe Testament. Paulus stelt zich in de tweede Timotheüsbrief teweer tegen mensen die verbieden te huwen en die er op staan dat je niet alles eet. Dat gaat de apostel te ver. Alle schepsel Gods is goed. Van alles wat God geschapen heeft mogen we genieten. En dan is het zeker zo, dat er in de schepping een stuk overvloed ligt. Je kunt vragen: Was dat zakelijk en nodig dat God zoveel kleuren geschapen heeft, zoveel soorten planten en dieren en mensen? Daar zit toch haast iets overtolligs in?

Ja, maar zo rijk en heerlijk is God nu. En van die rijkdom en heerlijkheid van God mogen wij genieten. We kunnen met onze karigheid en bekrompenheid zelfs de HEERE beledigen. Maar dat betekent niet dat we ons uitleven. Uitleven ten koste van de HEERE en van onze naaste. Calvijn schrijft hierover in het derde boek van zijn Institutie: We mogen Gods goedheid dankbaar aanvaarden, maar we moeten onze zinnen niet zo aan de genietingen prijs geven dat onze geest bedolven ter neer ligt. Velen, schrijft hij verder, scheppen in marmer, goud en schilderingen zulk een vermaak dat ze als het ware marmer worden, in metaal veranderen en gelijk zijn aan de geschilderde figuren. Zo moeten wij ons maar afvragen of wij misschien gelijk zijn geworden aan onze zaak, ons bedrijf. We laten ons daarin helemaal gaan. We gaan helemaal in onze mooie meubels op. We worden geleefd door onze vakantie. We weten niet anders meer.

De apostel schrijft dat de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen en dat ze ons onderwijst dat wij matig en godzalig en rechtvaardig zouden leven in deze wereld. Matig en godzalig, daar heb je het nu. In het dagelijks leven zeggen we als je er ´te´ voor moet zetten, dan deugt het niet. In het geloofsleven zou je kunnen zeggen: als je er God niet voor kunt zetten, is het niet in orde. Als je er de HEERE niet meer voor kunt danken en Hem om Zijn goede gaven niet meer kunt prijzen en loven, ben je van het goede spoor af. We kunnen het ook nog anders zeggen. Zo zegt de apostel Paulus het op een andere plaats: Als het ons hindert in de goede strijd van het geloof, moeten we het kwijt. U weet allemaal hoeveel inspanning sportmensen zich getroosten om te winnen. Hoeveel ze voor een goede prestatie over hebben. Nu dan, laat ons dan afleggen alle last en de zonde die ons lichtelijk omringt en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan die ons is voorgesteld, ziende op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs Jezus. Ja, bij Hem mogen wij eindigen zoals we met Hem begonnen zijn.

De vrucht van de Geest dat is helemaal omkranst door Christus. Door Zijn vergevende en vernieuwende genade. En gelukkig maar. Want ach, wij stuiten in de praktijk van ons leven telkens weer op onszelf. Laten we ons maar niet mooier voordoen dan we zijn. Hoe vaak verliezen we onze zelfbeheersing en zijn we helemaal niet zo zachtmoedig. Hoe vaak bezwijken we aan de zwakheid van ons zondige vlees. Die boezemzonde krijgen wij er maar niet onder. En soms lijken we het niet eens te willen ook. En toch kunnen we ons er nooit goedkoop van afmaken. Wat een verdriet doen we er de Heere Jezus Christus mee, Die nog wel voor ons zo'n diepe weg is gegaan. En wij dan toch altijd maar weer in dat oude zelfde van de zonde terugvallen. Een mens kan er wel eens moe van worden en moedeloos. Maar de HEERE God wordt niet moe om ons altijd maar weer te vergeven. We willen zo graag met onze prestaties bij de HEERE komen. Maar dat dat nu niet meer hoeft. Dat we met alle schuld en alle blijvend tekort toch bij Hem welkom zijn! Dat Hij toch vergeeft, toch vernieuwt. Dat is het wonder van Zijn genade, dat is het wonder van Christus' volbrachte werk, dat is het wonder van de vrucht van de Geest. Hij, Die het beloofd heeft, is getrouw. Hij zal het ook doen.

Leer mij, o God van zaligheden, mijn leven in Uw dienst besteden, Gij zijt mijn God, vat Gij mijn hand! Uw goede Geest bestier mijn schreden en leid' mij in een effen land.

Gereformeerd Weekblad, 1989

Toogdag 2019 | 19-10-2019

bekijk alle albums
  • © hersteld hervormde kerk 2020