mannenbond

Welkom

De Emmaüsgangers

En zij vertelden hetgeen op de weg geschied was, en hoe Hij hun bekend was geworden in het breken des broods. Lukas 24 : 35.

Dat was het eerste wat zij tot elkander zeiden: ´Was ons hart niet brandende in ons, als Hij tot ons sprak op de weg en als Hij ons de Schriften opende?´ Twee dingen vallen hier op, dat zij niet verbaasd zijn over Zijn plotseling en wondervol weggaan uit hun gezicht. Zij klagen daar ook niet over. Zij weten, dat het, schoon veel tegengesproken, dan toch waar is: ´Zo genoten, zo weer toegesloten.´ Om het met wat klassieker woorden te zeggen: ´De heiligen hebben het maar een weinig tijds bezeten.´ Dat is waar. God oefent de Zijnen niet zozeer in een gevoelig leven als wel in een geloofsleven. Het gevoelsmatige wil zien, wil tasten, wil hebben, wil genieten. Daarom is een gevoelsmatig leven ook doorgaans zo aan wisselingen onderhevig. Zo in de wolken, zo in de ken. Het een weinig tijds bezeten wil niet zeggen: niets bezitten! Het wil zeggen: arm nochtans rijk, niets hebbende nochtans alles bezittende, schuldig en nochtans vrijgesproken, zondaar en nochtans heilig. Dan ligt de armoede in ons, de rijkdom in Hem, in Zijn Woord, in Zijn Avondmaal.

Hierin komt het geloof openbaar: Was ons hart niet brandende in ons? Christus geeft die brandende genegenheden. Het Woord geeft zulke brandende genegenheden. Het Avondmaal geeft zulke brandende harten. Dan brandt het hart van sterk verlangen naar Hem. Dan brandt het hart naar Zijn Woord, naar Zijn dienst. Ik kan mij niet denken dat een brandend hart verlangt naar het einde van de dienst, zeker niet van het begin af. Ik kan mij niet denken, dat een brandend hart er niet alles op zet om de bediening des Woords bij te wonen, waar het maar even kan. Het is een onbedrieglijk slecht teken als iemand dat missen kan! En het is niet te denken: een brandend hart, dat Hem ontdekte in de breking des broods, dat de Avondmaaltijd des Heeren kan veronachtzamen. Wel begrijp ik, dat die werelds leeft, slordig is met zijn sabbatsviering, ontrouw is met zijn kerkgang, zich zeer waarschijnlijk een oordeel eet en drinkt, niet onderscheidende het lichaam des Heeren.

Met brandende harten gaan de discipelen de reis van twee uren terug naar Jeruzalem, naar de discipelen. Geen reis te ver, geen moeite te veel, geen bezwaren te groot, zelfs in de nacht, maar naar de discipelen. Wie Jezus heeft ontmoet, zal zekerlijk gaan, om anderen deelgenoot te maken van Zijn genade en goedheid. ´En zij vertelden hetgeen op de weg geschied was en hoe Hij hun bekend was geworden in het breken des broods.´ Zij vertelden het alles, summier, eenvoudig, juist zoals het geschied is, zonder de vermaningen te verzwijgen over hun onverstandigheid en traagheid om te geloven. En zij vertellen het alles, ook van die maaltijd en hoe het juist daaronder was geschied. En zij vinden volkomen aansluiting. De discipelen komen hen voor. De Heere is waarlijk opgestaan en Hij is van Petrus gezien. Geloof vindt altijd geloof.

Wij noemen dat de gemeenschap der heiligen. En die gemeenschap is een gemeenschap in Christus. En die gemeenschap is een gemeenschap in Woord en sacrament!

WLT

 

  • © hersteld hervormde kerk 2022