Meer over Kerkvoogd

Beheervormen

Het college van kerkvoogden kan worden gevormde op de volgende wijzen:

1. Ordinantie 16-1-4-a en b (‘aangepast beheer’):
a. uitsluitend met door de kerkenraad tot kerkvoogd aangewezen ouderlingen, ofwel
b. met (een) door de kerkenraad tot kerkvoogd aangewezen ouderling(en), aangevuld met (een) rechtstreeks door de lidmaten verkozen kerkvoogd(en) die niet tevens ambtsdrager (hoeft) hoeven te zijn. 

2. Ordinantie 16-1-4-c en d (‘vrij beheer’):
c. met door het college van notabelen verkozen kerkvoogden, die niet tevens ambtsdragerhoeven te zijn, ofwel
d. met door de lidmaten (eventueel op voordracht van het college van notabelen) verkozen kerkvoogden, die niet tevens ambtsdrager hoeven te zijn. 

Aandachtspunten bij ‘aangepast beheer’
1. De taken, de werkwijze, en de verhouding college van kerkvoogden en kerkenraad zijn beschreven in ordinantie 16 van de kerkorde.
2. Ten aanzien van de kerkvoogd die géén ambtsdragers is gelden de bepalingen van ordinantie 3 omtrent verkiesbaarheid, verkiezing, zittingstijd en herkiesbaarheid (ord. 16-5-5). 
3. De werkwijze van het college van kerkvoogden wordt nader geregeld bij plaatselijke regeling als bedoeld in ordinantie 16-1-8.
4. Deze plaatselijke regeling wordt vastgesteld door de kerkenraad, op voorstel van en in overleg met het college van kerkvoogden.
5. Lidmaten krijgen gedurende acht dagen na vaststelling inzage in de regeling en kunnen gedurende deze periode bezwaar indienen bij het breed moderamen van de classis.
6. De plaatselijke regeling treedt in werking zodra de goedkeuring van het breed moderamen van de classis is verkregen.
7. Een model voor een plaatselijke regeling is verkrijgbaar bij het kerkelijk bureau.

Aandachtspunten bij ‘vrij beheer’ 
8. Het college van kerkvoogden dient een voorstel in voor een plaatselijk reglement waarin de werkwijze van het college van kerkvoogden en het college van notabelen wordt geregeld.
9. Het plaatselijk reglement moet voldoen aan het bepaalde in ordinantie 16 artikel 1 lid 10.
10. In het reglement mag verder zelf bepaald worden wat nodig en nuttig geacht wordt.
11. Het plaatselijke reglement wordt door de stemgerechtigde lidmaten  eventueel gewijzigd en vastgesteld.
12. Na vaststelling door de lidmatenvergadering wordt het plaatselijk reglement van kracht.
13. Een model voor een plaatselijk reglement is verkrijgbaar bij het kerkelijk bureau.

Overgangsbepaling 
14. Gemeenten die op 30 april 2004 nog niet tot aangepast beheer waren overgegaan en tevens genoemd staan op de lijst van het arrest van de Hoge raad van 19 december 2003, hoeven voorlopig niets te doen. Zij kunnen tot 2024 het vrij beheer voortzetten volgens het voor hen geldende reglement dat op 1 mei 2004 van kracht was.  

Algemeen
15. Inschrijving van de plaatselijke gemeente in het register van de Kamer van Koophandel is niet nodig. Deze inschrijving is op landelijk niveau geregeld.
16.  Inschrijving bij de Belastingdienst is niet nodig (tenzij dat er sprake is van inhoudingsplicht voor de loonheffing of belastingplicht voor de BTW).
17. De ANBI status: plaatselijke gemeenten vallen onder de groepsbeschikking van de Hersteld Hervormde Kerk.
18. De generale synode heeft alle gemeenten geadviseerd over te gaan tot het opheffen van de plaatselijke stichtingen vermogensbeheer. Nu het beheer van kerkelijke gelden en goederen in de kerkorde is geregeld is er geen reden meer om daarvoor deze stichtingen te laten voortbestaan. Voor het (besluit tot het) opheffen van een Stichting Vermogensbeheer is een stappenplan verkrijgbaar bij het kerkelijk bureau. 

Bij het kerkelijk bureau zijn de volgende documenten beschikbaar.
- Model plaatselijke regeling
- Model plaatselijk reglement
- Aandachtspunten n.a.v. vaststelling ord. 16.
- Stappenplan opheffen stg. Vermogensbeheer.
- Lezingen informatiebijeenkomst 1 september 2012.
- Artikel Kerkblad 2012

U kunt het kerkelijk bureau benaderen wanneer hier vragen over zijn.

  • © hersteld hervormde kerk 2017

Ontwerp en realisatie:

Heeft u vragen over het geloof?

Open Sluit