mannenbond

Welkom

Uit goede bron vernomen.
Vraag en Antwoord 19. 

We hebben drie woorden die ieder een bijzonder werk van de Heilige Geest weergeven ten aanzien van de Heilige Schrift. De revelatie (openbaring) duidt op het openbarend werk van de Heilige Geest aan profeten en apostelen. Daarin werden zij deelgenoot gemaakt van Zijn raadslagen. De inspiratie (ingeving, inblazing) is dat bijzondere werk van de Heilige Geest, waardoor de Bijbel als de bijzondere Godsopenbaring geschonken is. In de derde plaats is er dan de verlichting (illuminatie), die alle gelovigen ontvangen. De Heilige Geest verlicht verstand en hart tot kennis Gods. Het lijflied der Kerk is daarom: Heere, maak mij Uwe wegen door Uw Woord en Geest bekend. Lydia's hart werd geopend opdat zij acht gaf op het woord dat door Paulus gesproken werd.

Zo is dan deze geloofsverzuchting nodig tot het verstaan der Schriften. We mogen daarom niet zeggen dat de Heilige Schrift of een tekst er uit door de Heiige Geest tot het Woord van God gemaakt wordt. Dat laatste is de misvatting van het Barthianisme. Neen, God heeft Zijn Woord gelegd in de schoot der Kerk; wij hebben verlichting van de Heilige Geest nodig om het te verstaan, zodat het gestalte krijgt in ons leven. Wie de Heilige Schrift hanteert zonder deze verlichting van de Heilige Geest te behoeven, wordt een farizeeër, een letterknecht. Maar nu geldt ook anderzijds, dat degene die zich beroept op de Heilige Geest zonder met de letter van de Heilige Schrift ernst te maken, zich bloot geeft als een geestdrijver, die de Heilige Geest niet heeft. Want de Heilige Geest is de Geest der Schriften, die immers door Hemzelf zijn ingegeven.

Ik wil even wijzen op de foutieve gedachte over 2 Kor. 3 : 6, die altijd weer opduikt. Daar lezen we echter niet, dat de letter dood is, maar dat de letter doodt. In deze tekst (want de letter doodt, maar de Geest maakt levend) wordt blijkens het verband gezegd dat de dienst der wet (de letter van de oudtestamentische wettische dienst) doodt, maar dat de bediening der verzoening in het Evangelie (de bediening des Geestes) levend maakt. Dat is dus heel wat anders. De letter, n.l. de bediening der wet, werpt in de dood. Zo ver is het er vandaan dat zij dood zou zijn. Indien we de dodende werking der wet kennen, weten we wel beter.

Zo bedroeven we dan de Heilige Geest indien we de letter der Schrift minachten. Woord en Geest behoren bij elkaar. We kunnen geen van beiden missen. Het geschreven Woord is Gods Woord en als zodanig achtenswaardig en nimmer zonder uitwerking, want het is levend en krachtig door de Heilige Geest. We zeggen niet dat de Geest opgesloten is in het Woord. Deze lutherse gedachte maakt de Geest tot gevangene van de Heilige Schrift. Maar wèl zeggen we dat de Geest altijd vrij en soeverein bij het Woord is en het vrijmachtig hanteert, of ten voordeel of ten oordeel, een reuk des doods ten dode of een reuk des levens ten leven. We hebben dan ook wel te bedenken dat er velerlei werkingen van de Heilige Geest zijn. Daarom zal het Woord doen wat God behaagt en het zal voorspoedig zijn waartoe Hij het zendt. De rechte houding tegenover de Heilige Schrift is daarom met de diepste eerbied naarstig de Schriften lezen en onderzoeken, biddende om de zaligmakende bediening van de Heilige Geest tot ware kennis Gods in het aangezicht van Jezus Christus.

Wijlen ds. J. van Sliedrecht

  • © hersteld hervormde kerk 2019