mannenbond

Welkom

De kentekenen der kerk

Volharding in de gebeden

‘En zij waren volhardende in de gebeden.’ Het woord gebed wordt onder ons volk het meest genomen in zijn bijzondere, in zijn particuliere zin. Zo komt het ons op onze levensweg tegen reeds in onze prilste jeugd, waar wij als klein kind leren onze handen te vouwen en onze knieën te buigen. Zo is het doorgaans ook met onze laatste handeling op aarde, als een mens op zijn sterfbed nog bidt en bidden laat. Als bij teken vouwt men bij de gestorvene en afgelegde ook nog eenmaal diens handen. Het gebed is ook bij velen nog de laatste draad, die aan het christendom bindt. Als het kerkgaan en het Bijbellezen en al wat tot de openbare religie behoort allemaal allang is nagelaten, dan is het persoonlijk handen vouwen en bidden nog de laatste rest van een christelijke opvoeding.

Nu wordt hier in de eerste christelijke gemeente het gebed geplaatst in de rij van die handelingen, die tot de openbare godsdienstoefening behoren. Het geldt hier het openbare en gemeenschappelijke gebed in de gemeente. Voor ons besef heeft het persoonlijke gebed, hetzij thuis, hetzij in de kerk gedaan, een wat dieper, een wat inniger betekenis. Het algemene, gemeenschappelijke gebed in de eredienst is wat geschoolder, het beweegt zich wat meer op de algemene lijnen van het geloof, het houdt zich wat meer bezig met de geestelijke belangen van de gemeenschap en het wordt, soms geprepareerd, soms bestudeerd, geleid door hem, die voorgaat in het gebed. In bepaalde liturgische diensten, waar het gebed uitgebreid wordt tot een aantal na elkaar volgende gebeden, wordt ook wel te midden van de geleide gebeden gelegenheid gegeven tot stil en in zichzelf gekeerd bidden. Laat ons echter het openbare en het gemeenschappelijke gebed niet onderschatten! Deze oudchristelijke gemeente werd er aan gekend en er door gekenmerkt. Daar is vooreerst geen enkel bezwaar tegen, als het gebed wat meer voorbedacht en overlegd wordt. Men spreekt vooreerst tegen de God der goden, tegen de Allerhoogste Majesteit. Als men voor een vorst moet verschijnen met één of ander verzoek, dan wikt en weegt men ook zijn woorden en dan weet men van te voren wel terdege wat men wel en wat men niet wil gaan zeggen. Leest daar maar op na Daniëls en Paulus' spreken tegen de vorsten. Leest daar maar op na Daniëls en Paulus' gebeden voor hun God. Veler gebeden zijn onder ons zo slordig, zo oneerbiedig, zo grof, zo plomp, als men tot een mens nog niet eens zou willen spreken. En wat erger is, daaraan hecht men dan nog bijzonder het zegel van echtheid.

Dan ook als men bidt heeft men te bidden in Jezus' naam. Dat houdt in allerlei geloofsstukken, die hierbij aan de orde komen, als Jezus' verzoening, Zijn voorbidding. Dan ook heeft men te bidden, geleid door de Heilige Geest, Die voor ons bidt, met ons bidt, in ons bidt met onuitsprekelijke zuchtingen.

Dit alles nu tezamen vraagt een recht geestelijk, een gelovig bidden van de gemeente en ook van hem, die voorbidt of van hen, die voorbidden. Zo bad de oude christengemeente geestelijk, welbewust, weloverwogen, met elkander tezamen. Het was een volkspetitionnement, dat gelegd werd door de schare voor de Koning der koningen. Daar werden voor God gelegd de begeerten, de behoeften van die menigte. Denkt u in: de kerk begon zich te ontwikkelen van Israël naar het heidendom. Denkt u in: de kerk begon te lijden onder vervolgingen. Denkt u in: allerlei ziekte en zorg kwamen op die gemeente aan. En denkt u vooral in: hier was een schare van jongbekeerden met al de gevoeligheden, met al de schuldgevoelens, met al de ontwakende verlangens en begeerten naar genade en heil, naar vastheid en zekerheid, aan een pas ontluikend geloof eigen. Al deze verlangens, al deze vrees, al deze boetvaardigheid zocht zich een weg naar God in het gebed der gemeente. En in al deze nooddruft der zielen was niet in een enkele dag voorzien. Daarvoor was nodig dieper ingeleid te worden in de leer der apostelen, daarvoor was nodig veel en aanhoudend gebed aan de troon der genade, een hangen aan de hemel met een och en een mocht (zoals wijlen Ds. W. Bieshaar eens zeide) en verschijnen voor Gods heilige ogen met de lofzegging van Zijn Majesteit. Hierin volhardden zij! Proskartereo: volharden – aanhangen - steeds aanwezig zijn - vasthouden aan.

Kunt u verstaan, dat door dit machtige bidden, door dit aanhoudende bidden, door dit gemeenschappelijk bidden, er een vreze viel op het volk? Kunt u ook verstaan, dat daardoor tekenen en wonderen geschiedden door de apostelen? Een krachtig gebed van één rechtvaardige vermag al zoveel, laat staan een zo krachtig gebed van zovele rechtvaardigen. Daar kan en mag niemand bij ontbreken op de dag en de ure des gebeds en in het huis des gebeds!

W.L.T.

 

Toogdag 2019 | 19-10-2019

bekijk alle albums
  • © hersteld hervormde kerk 2021