• " En Jezus zeide tot hen:
    Volgt Mij na, en Ik zal
    maken, dat gij vissers
    der mensen zult worden. "
    Markus 1 vers 17
  • " Onderzoekt de Schriften;
    want gij meent in dezelve
    het eeuwige leven te
    hebben; en die zijn het,
    die van Mij getuigen. "
    Johannes 5 vers 39
  • " Uw woord is een lamp
    mijn voet, en een licht
    voor mijn pad. "
    Psalm 119 vers 105

Meer over Studenten

Hebreeuws

Met frisse moed mochten we als eerstejaarsstudenten vorig jaar september de studie oppakken. Een blik op het jaarrooster leerde ons dat we al snel een begin zouden maken met de studie van het Bijbels Hebreeuws. De grondtalen (dus het Hebreeuws en het Grieks) staan bekend als lastige hordes in de studie, de vakken hierover blijken in de praktijk struikelvakken te zijn. Aangezien de meesten van onze jaargroep langere tijd (soms tientallen jaren) niet in de collegebanken hebben gezeten, was het fijn dat we in Periode 1 nog wat konden opwarmen bij de vakken Kerkgeschiedenis en Inleiding Oude Testament. Maar begin november was het dan toch zover. Het vak Hebreeuws I diende zich aan. Dit was het eerste vak in een reeks van drie over het Hebreeuws. Uiteindelijk zijn we vanaf begin november tot eind maart onafgebroken met het Hebreeuws bezig geweest. Dat was best een intensieve periode, maar dat is ook de snelste manier om enigszins vertrouwd te raken met de taal. 

Het leren van een taal gaat het snelst door naar een omgeving te gaan waar deze taal gesproken wordt. Helaas geldt voor het Bijbels Hebreeuws dat dit niet meer mogelijk is, aangezien het modern Hebreeuws qua grammatica veel verschilt van het Bijbels Hebreeuws. En het is juist de grammatica die we goed willen beheersen, want die hebben we nodig om tot een goede exegese van de Bijbeltekst te komen. We houden immers van een Schriftuurlijk-bevindelijke prediking. Maar goed, vandaar dat we niet richting Israël zijn vertrokken, maar ons gedurende vijf maanden, iedere week vier uur, onder het gehoor van mevrouw Folmer hebben neergezet. Zij is internationaal vermaard om haar geleerdheid van het Hebreeuws en het Aramees. We waren bij haar dus in goede handen. 

Wanneer kleine kinderen een taal leren, dan begint dat met het voortbrengen van willekeurige klanken. Dat doen ze niet bewust, ze beseffen zelf nauwelijks wat ze doen. Ze kopiëren de klanken die ze om zich heen horen. Veelal zijn die klanken ook voor de omstanders onverstaanbaar. Het voorgaande schetst het gevoel dat wij hadden tijdens onze eerste weken Hebreeuws. We begonnen met het herkennen van de Hebreeuwse tekens en het enige wat we konden doen was mevrouw Folmer nastamelen. Nadat we enigszins met de klanken vertrouwd waren, mochten we woordjes gaan uitspreken. Eerst hele korte, maar al spoedig wat langere woorden. In de derde week begonnen we met de grammatica. Zinnen analyseren. Hoe herken je het onderwerp van de zin, of het lidwoord, of een bijvoeglijk naamwoord? Door hier veel mee te oefenen, lukte het de zinsopbouw van het Hebreeuws beter te begrijpen. 

Maar we waren nauwelijks op adem, of mevrouw Folmer begon met de grammatica van de Hebreeuwse werkwoorden. De werkwoorden bleken het lastigste onderdeel van de Hebreeuwse grammatica zijn. Dit wordt veroorzaakt door de structuur van de Hebreeuwse taal.

In het Nederlands hebben we klinkers en medeklinkers. Het Hebreeuwse alfabet heeft alleen medeklinkers. Hebreeuwse werkwoorden bestaan normaal uit drie medeklinkers. Deze drie medeklinkers vormen de zogenaamde wortel van het werkwoord. De klinkers worden niet via letters aangegeven, maar door kleine tekentjes boven en onder de medeklinkers.  Een voorbeeld ter verduidelijking: we hebben de Hebreeuwse wortel (enkel medeklinkers). Hierop worden verschillende klinkerpatronen toegepast. 

Zoals hierboven blijkt, de verschillende klinkerpatronen geven een woord verschillende betekenissen. Een bijkomende moeilijkheid is dat de wortel kan worden verkort of uitgebreid. Dat laatste gebeurt onder meer als een werkwoord in de toekomende tijd staat: 

Hier blijken de klinkerpatronen per tijd te verschillen, maar ook is er in de toekomende tijd een extra letter voor het woord geplakt (de jod). De klinkerpatronen en de toevoeging en verdwijning van letters komen op zoveel verschillende manieren voor, dat het ons soms begon te duizelen. Dit is de grootste moeilijkheid van het Hebreeuws. Het vereist heel veel oefening en stampwerk om al die patronen te herkennen. 

Tijdens de vakken Hebreeuws II en III mochten we voor het eerst Bijbelhoofdstukken gaan vertalen. In de periode januari – maart hebben we Gen. 1, 2, 18 en 24 vertaald. Daarna ook I Sam. 9 en 10, alsmede delen van II Sam. 23 en Jes. 36. Eindelijk konden we de Bijbel vanuit de grondtaal lezen, wat hebben we daarnaar uitgezien. Want een vertaling doet altijd wel enige afbreuk aan de schoonheid van de tekst. Als je de Bijbel vanuit het Hebreeuws leest, dan zie je pas echt wat een prachtig boek de Bijbel is. Literair is de Bijbel van een ongeëvenaard niveau, zeker als we letten op de tijd waarin deze geschreven is. Ook dááruit blijkt dat de Bijbel het Woord van de levende God is.

Wanneer men naar Canada emigreert, dan bemerkt men dat het spreken van de Nederlandse taal moeizamer gaat, naarmate men het minder doet. Blijkbaar kan een moedertaal verwateren. Hoeveel te meer lopen wij het risico om onze kennis van het Hebreeuws te verliezen, nu het Hebreeuws onze moedertaal niet is. De vakken Hebreeuws hebben we nu ruim drie maanden achter ons liggen en je merkt dat het alweer meer moeite kost om de patronen in de Hebreeuwse tekst te herkennen. Daarom is het van groot belang dat we ons structureel blijven verdiepen in het Hebreeuws. Niet alleen om onze kennis bij te houden, ook om die uit te breiden. Deze kennis mag een middel zijn om tot een dieper verstaan van het Oud Testament te komen. Om helderder te mogen zien hoe heel het Oude Testament een Adventslied is, dat spreekt van zonde en genade. Hoe alles heenwijst en reikhalzend uitziet naar Hem, de Christus der Schriften.  

Erik van Duijn 

  • © hersteld hervormde kerk 2024