• " En hetzij dat een lid lijdt,
    zo lijden al de leden mede
    "
    1 Korinthe 12 vers 26

Jij in jouw klein hoekje (en ik in 't mijn)

08 oktober 2026

Rijk of arm, geleerd of ongeleerd: iedereen kan – en moet – omzien naar de armen. Guillaume en Betsy Groen van Prinsterer gaven het goede voorbeeld en lieten zich daarbij leiden door de Bijbel. Ruim 150 jaar later valt er nog veel van ze te leren. 

Wie de naam ‘Groen van Prinsterer’ dit jaar nog niet voorbij hoorde komen, heeft op z'n minst even zitten dommelen. Op 19 mei was het 150 jaar geleden dat de staatsman overleed – een goed moment om uitgebreid stil te staan bij zijn betekenis voor vandaag. 

‘Groen’ bestreed zijn leven lang de geest van de Franse Revolutie en het liberalisme. Denkend, schrijvend en discussiërend formuleerde hij een staatsleer waarin de Bijbel en Gods leiding in de geschiedenis van ons land centraal staan. Die ideeën leven nog altijd voort in de Nederlandse christelijke politiek.  
Het is onjuist om die Bijbelse tegenreactie op het idee van vrijheid, gelijkheid en broederschap te zien als fanatisme of een persoonlijke kruistocht. Gedreven door zijn geloof verzette Groen zich tegen de geestelijke opstand tegen God, gezag en de historisch gegroeide orde. Gehoorzaamheid aan de revolutie zou volgens hem alleen maar tot wanorde leiden.  

Honderdvijftig jaar na zijn dood is het lastig om een heldere voorstelling te maken van de tijdgeest waartegen Groen streed. We leven immers in een heel andere tijd dan waarin hij leefde. Daardoor hebben we geen idee hoe belangrijk de strijd was die hij voerde. Maar juist onze tijd laat zien waar Groen bang voor was. Politici denken dat zij de samenleving helemaal kunnen inrichten. Moraal wordt steeds vaker bepaald door de mening van de meerderheid. En traditionele verbanden zoals gezin en kerk hebben steeds minder gezag. 

Toen ik voor de zomer een bijdrage schreef voor de nieuwe essaybundel ‘Vrijheid, gelijkheid, broederschap. Het getuigenis van Groen voor nu’ (uitgeverij Brevier, september 2026) werd me pas echt duidelijk hoe de geest van de Franse revolutie tot op de dag van vandaag doorwerkt in ons leven. Want ook al is onze tijd door de digitale technologie in niets te vergelijken met de tijd van Groen, we plukken overal de vruchten van de revolutie. De natuurlijke mens wil een vrijheid zonder God – wat daar ook van mag komen. 

Verkocht aan de paupers

In de vakantie die volgde, las ik eindelijk ‘Zoveel liefde’, een historische roman over Betsy Groen van Prinsterer. In de roman, die inmiddels al jaren is uitverkocht, beschrijft Edith Schouten boeiend hoe de vrouw van Groen zich inzette voor mensen aan de onderkant van de samenleving. 

Betsy groeide, net als haar man, op in een gegoed milieu. In haar familie kwamen prominente bestuurders voor. In de standenmaatschappij van die tijd zat de familie Van der Hoop er dan ook warmpjes bij: de familie bezat een landgoed met buitenhuis en Betsy kon – anders dan veel meisjes van haar leeftijd – naar een kostschool om verder te studeren. Toch kreeg Betsy de zorg voor medemensen in nood met de paplepel ingegoten. Als klein meisje bezocht ze al samen met haar moeder sloppenwijken, waar moeder Van der Hoop eten uitdeelde en zich bekommerde om zieken in erbarmelijke omstandigheden. 
Toen Betsy groter werd, moest ze weinig meer van de paupers hebben. Maar toen haar moeder haar nog eenmaal overhaalde om mee te gaan, was ze verkocht. Nadat ze met Guillaume in het huwelijk trad, stortte ze zich op de zorg voor arme meisjes in Den Haag. Niet iedereen kon dat waarderen. Maar gedreven door haar geloof bleef Betsy zich inzetten voor medemensen in armoede. Ze richtte stond onder meer aan de wieg van een ‘naaischool voor volksmeisjes’ en richtte samen met haar man een rustoord voor oudere vrouwen op. Verder was ze actief voor het weeshuis van de Waalse gemeente in Den Haag. 

Inspirerend 

Intussen zat ook Guillaume niet stil. Vaak trok hij vooral met pen en papier ten strijde tegen de revolutionaire ideeën die het land overspoelden. Hij liet de praktische zorg voor minderbedeelden dan over aan Betsy en de mensen om haar heen. Maar soms bezocht hij zelf ook de armen. In de koude winter van 1839 ging hij de straat op om arme inwoners van Den Haag te ondersteunen. Samen met een vriend liet hij zich bijpraten over hun persoonlijke lijden. Hun verhalen inspireerden hem om zich nog meer in te zetten. 

Ook bekritiseerde Groen de ongelijke verdeling die de vrijheid van het liberalisme met zich meebracht. Welgestelden – de mensen dus met wie hij zelf zo veel deelde – profiteerden ervan, maar vergaten gelijkheid en broederschap. De vrije markt en onbeperkte concurrentie ondermijnden volgens hem de sociale verbanden van gilden en coöperaties, waardoor arm en rijk alleen maar meer tegenover elkaar kwamen te staan. Tegelijkertijd voerde Groen een strijd om te voorkomen dat de armenzorg een zaak van de staat werd – waardoor de zelfstandigheid van kerkelijke diaconieën in het geding kwam. Zijn inzet voor de armen was er dan ook vooral een van papier en woorden. Hij veranderden niet direct de situatie van mensen in nood, maar was niet minder belangrijk. 

Lessen voor allemaal

Anno Domini 2026 is het verleidelijk om Guillaume en Betsy op een voetstuk te zetten of om hun inzet voor armen juist negatief te beoordelen. Het echtpaar had immers tijd en geld genoeg om zich in te zetten. Maar of we nu arm of rijk, praktisch begaafd of hoog opgeleid zijn, hun leven bevat lessen voor ons allemaal. We hoeven immers niet te wachten met omzien naar de ander tot we genoeg hebben, genoeg weten of over genoeg invloed beschikken. Groen en Betsy begonnen ook gewoon – met een bezoek, een school, een brief. Ze laten zien dat het niet gaat om wát je kunt geven, maar om de vraag óf je kijkt. En dat kunnen we allemaal: jij in jouw klein hoekje, en ik in ’t mijn. 

Leestips:

  • Edith Schouten, ‘Zoveel liefde. Historische roman over Betsy Groen van Prinsterer’, uitgeverij Van Wijnen, 24 april 2018, 448 pagina's 
  • H. Klink, B.J. Spruyt, G. Leertouwer (red.), ‘Vrijheid, gelijkheid, broederschap. Het getuigenis van Groen voor nu’, uitgeverij Brevier, september 2026, 304 pagina’s 
  • Tineke van der Waal en Hendries Boele, 'Guillaume en Elisabeth Groen van Prinsterer - Beeldbiografie', uitgeverij De Banier, november 2026, 304 pagina's

 

  • © hersteld hervormde kerk 2026