• " En hetzij dat een lid lijdt,
    zo lijden al de leden mede
    "
    1 Korinthe 12 vers 26

Hoera, het ravijnjaar is (nog niet) begonnen!

23 januari 2026

Door veranderingen in de begroting zouden gemeenten vanaf 1 januari 2026 vele miljoenen mislopen. Maar naast uitdagingen biedt het ‘ravijnjaar’ ook diaconale kansen. 

Pieter Beens, beleidsmedewerker voor de Generale diaconale commissie

Op 15 december 2021 geven VVD, D66, CDA en ChristenUnie elkaar na een lange formatieperiode het jawoord. Ze bezegelen hun verstandshuwelijk met een coalitieakkoord. Op 50 kantjes maken de partijen duidelijk hoe ze een samenleving voor zich zien waarin wordt omgezien naar elkaar.  
Een van de speerpunten van het nieuwe kabinet is ‘stabielere financiering en meer autonomie’ voor ‘medeoverheden’. Kabinet Rutte-IV zal zich, kortom, buigen over de manier waarop gemeenten na 2025 geld ontvangen om hun wettelijke taken te kunnen uitvoeren.  

Dat gebeurt. In de ruim 2 jaar dat minister-president Rutte de scepter over zijn vierde kabinet zwaait, wordt in ‘Den Haag’ uitgedokterd hoe gemeenten vanaf 2027 geld vanuit ‘Den Haag’ ontvangen. De bestaande ‘financieringssystematiek’ – lang leve ambtenarenjargon! – eindigt echter al in 2025. Zo ontstaat een gat voor gemeenten. Want waar moeten zij hun geld voor 2026 vandaan halen? 

Een gat in de begroting is nooit prettig, maar zeker niet als je bedenkt dat gemeenten in 2026 toch al een uitdaging hebben. Er is namelijk al eerder afgesproken dat gemeenten in dat jaar minder geld ontvangen vanuit het Gemeentefonds – een zak geld die wordt verdeeld onder alle Nederlandse gemeenten. Verder krijgen gemeenten vanwege een verkeerde raming van het Centraal Planbureau te weinig geld om hun stijgende kosten door inflatie, vergrijzing en bevolkingsgroei op te vangen. Gemeenten moeten het daardoor met bijna 2,5 miljard euro minder doen. Om hun huishoudboekje op orde te krijgen, moeten ze de tering naar de nering zetten en snijden in de kosten – ook als dat onvermijdelijk gevolgen heeft voor de jeugdzorg, woningbouw en veiligheid. 

Financiële klappen 

Wie een mondjevol politiek jargon spreekt, zag de problemen al een tijdje aankomen. ‘Stabielere financiering’ betekent in Den Haag maar zelden dat er met geld wordt gesmeten. En een uitdrukking als ‘meer autonomie’ roept weliswaar het beeld op van meer vrijheid, maar betekent in de praktijk vaak vooral ‘meer eigen verantwoordelijkheid’ – dus ook voor de kosten die je maakt. 

Dat bleek ook na de presentatie van de ‘Hervormingsagenda Jeugd’, die in 2023 door het kabinet Rutte-III werd gepresenteerd. Voor alle duidelijkheid: die agenda heeft niets van doen met hervormden, maar alles met omvormen. Een van de doelen ervan was om de jeugdzorg ‘financieel gezond’ te maken. Als je die term hoort vallen, kun je er zeker van zijn dat er ergens financiële klappen gaan vallen.  

Zo gebeurde. In januari 2025 concludeerde een onafhankelijke adviescommissie dat gemeenten te weinig geld ontvingen om hulp te bieden aan gezinnen en kwetsbare kinderen. Kortom, met de plannen van minister-president Rutte en co zou de (jeugd)zorg helemaal niet zo financieel gezond worden.  

Financiële gezondheid zou alleen mogelijk zijn als gemeenten zouden schrappen in de zorg. Laat dat nu juist niet gezond zijn voor veel kwetsbare burgers … 

Kind van de rekening 

Politici en beleidsmakers hebben nogal eens de neiging om hun plannen als losstaande projecten te presenteren – alsof al hun ideologische impact en politieke proefballonnetjes niets met elkaar te maken hebben. Maar zo werkt beleid niet. Immers, soms schuren ze tegen elkaar en andere keren versterken ze elkaar. Daardoor kunnen twee nieuwe plannen die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben onverwacht een enorme impact hebben. 

Tel je bijvoorbeeld de nieuwe financiering van gemeenten, de afspraken over het Gemeentefonds en de ‘hervormingsagenda’ bij elkaar op, dan blijkt het ‘gat’ in 2026 opeens een ravijn te zijn. Vooral kwetsbare burgers dreigen daar als eerste in te glijden – jongeren voorop.  

Dat besef drong afgelopen jaar ook door in ‘Den Haag’. Om erger te voorkomen, werden de nieuwe regels voor het Gemeentefonds teruggedraaid. Ook werd er voor de komende jaren extra geld uitgetrokken voor gemeenten. Die maatregelen dempten het ravijn deels, maar het verdween niet helemaal. Gemeenten en belangenorganisaties zijn dan ook bang dat de problemen zomaar weer kunnen opduiken. En waarom ook niet? Er zijn veel maatschappelijke vragen die beantwoord moeten worden. De wereldwijde onzekerheid vraagt bovendien om politieke keuzes. Het geld dat nodig is voor veiligheid en bestaanszekerheid moet ergens vandaan komen. Kwetsbare burgers kunnen dus zomaar alsnog kind van de rekening worden. 

Ravijn als kans 

Dat plaatst ook diaconieën voor een uitdaging. Als lokale gemeenten hun inwoners minder kunnen ondersteunen, kan de hulpvraag immers zomaar bij diaconieën belanden. Dat vraagt om oplettendheid van diakenen – om te signaleren of gemeenteleden in de knel raken en om eventueel hulp aan te bieden. Die hulp hoeft overigens niet eens te bestaan uit het betalen van rekeningen. Soms kunnen bijvoorbeeld gemeenteleden worden ingeschakeld om jongeren op te vangen of gezinnen nabijheid te bieden. En mantelzorgnetwerken en maatjesprojecten kunnen prima een (tijdelijke) oplossing zijn voor de nood van anderen. Ze hebben als extra voordeel dat jongeren en ouderen binnen de gemeente daardoor meer op elkaar betrokken raken. 

Laat diaconieën het ‘ravijn’ ook als een kans zien voor de kerk. De kloof biedt immers een mooie mogelijkheid om te waarschuwen voor de dreigende gevaren en om vanuit hun christelijke overtuiging in gesprek gaan met lokale overheden. Mogelijk kunnen zorgnetwerken vanuit de kerk ‘de wijk’ in gaan om met naastenliefde en christelijk dienstbetoon een lichtend licht te zijn. Om zichtbaar te maken wat barmhartigheid, gerechtigheid en gemeenschap concreet betekenen – juist waar zorgvuldig uitgekiende systemen tekortschieten.

  • © hersteld hervormde kerk 2026