• " En hetzij dat een lid lijdt,
    zo lijden al de leden mede
    "
    1 Korinthe 12 vers 26

Getuigen: met woorden of met daden?

12 mei 2026

Dat de één meer een doener, de ander meer een denker en een derde meer een prater is, behoeft geen uitleg. Ieder mens is geschapen met unieke gaven. Niemand heeft alles, wij zijn aanvullend geschapen. In veel opzichten verschillen christenen van elkaar, hoewel zij toch één gelijk verlangen kennen. Iedere kerkmens die opnieuw geboren wordt, zal namelijk het verlangen leren kennen om getuigend in de wereld te staan. Maar hoe; met woorden of daden?

Door ds. A.S. Middelkoop, voorzitter GDC

Woord en daad

Bij de verkondiging van het Evangelie staat de boodschap centraal. De Heere belooft niet dat door een brooduitdeling mensen behouden worden, maar door de verkondiging van het levende Brood Jezus Christus. Verloren zondaren vinden geen vrede door een beker koud water die hen wordt aangereikt, maar door te drinken uit de Bron van levend water Jezus Christus. Dit betekent dat een verkondiger de wereld in wordt gezonden om het Woord te preken. Want hoe zullen schuldige en onwetende mensen geloven, als Christus niet aan hen als verloren zondaren verkondigd wordt tot behoud.
Tegelijkertijd leert ons de Bijbel dat de Heere Jezus in het laatste oordeel op heel praktische manieren van dienen zal terugkomen. In Mattheüs 25 lezen we niet dat christenen worden geoordeeld naar het aantal boeken dat ze lazen, of het aantal preken dat ze hielden. Wel komt Jezus als Rechter terug op de vraag wat we met Hem deden toen Hij als een vluchteling bij ons voor de deur stond. Of toen Hij geen jas had, maar wel kleding behoefde. Of wat te denken van dat moment dat Hij ziek was en eenzaam wachtte op bezoek. Jezus toont dat in het laatste oordeel de onrechtvaardigen geen actieve herinnering hebben aan die momenten, maar dat de rechtvaardigen zich het evenmin herinneren. De onrechtvaardigen blijken dan mensen te zijn die misschien wel mooi praatten, maar niet dienstbaar waren aan hun kwetsbare medemens in nood. Terwijl Gods kinderen leerden om hun leven vol dienstbetoon in te richten. In het besef dat als een ander zich in nood aan ons opdringt, het in werkelijkheid Jezus is Die als het ware vraagt: “Wat doe je nu met Mij?” Want zoveel we het aan de minste broeders doen, zo doen we het aan Hem (Matt. 25: 40).

Zending en diaconaat

We hebben dus te maken met twee aan elkaar rakende opdrachten. Enerzijds is er de opdracht om het Evangelie te verkondigen, door het Woord. Anderzijds is er de opdracht om de naaste in nood nabij te komen. Dit raakt dus de verhouding tussen zending en diaconaat. Volgens dr. J.H. Bavinck ligt de roeping tot zending bij de kerk, waarbij zij het belang van diaconaat niet uit het oog moet verliezen: ‘In de lijn der Schrift is het volstrekt duidelijk, dat het de Kerk is, het lichaam van Christus, die het orgaan vormt, waardoor en waarin de verheerlijkte Christus zijn grote verlossingswerk aan de wereld openbaren wil.’ De Woordverkondiging is dus leidend, als het gaat om de opdracht om te getuigen in deze wereld. Diaconaat is in dit kader echter volgens dr. J.H. Bavinck te vaak verwaarloosd. Hij bepleit een brede benadering, dus evangelisatie gecombineerd met diaconaat. De boodschap van de zendeling gaat immers over de gehele mens. Vandaar dat zendingstheoloog Bavinck pleit voor medewerkers in de zending die zich met scholing of medische zorg bezighouden, vanwege het belang dat zij hebben bij het overdragen van de boodschap. Door hun werk zien de mensen dat ‘God met hen is.’

Verhouding

In Lausanne organiseerde Billy Graham in 1974 een internationaal congres voor wereldevangelisatie. Met deelnemers uit 150 landen. De thema’s ‘evangelisatie’ en ‘sociale actie’ verdeelden de deelnemers aan het congres onderling, men geraakte in tegenovergestelde posities. Een deel van de aanwezigen bepleitte de focus op Woordverkondiging, terwijl anderen benadrukten dat diaconale zorg daar onlosmakelijk mee verbonden is. Dr. John Stott meende dat zowel het werven van zielen belangrijk was als het dienen in praktische zin. Hij beoogde een synthese van ‘evangelisatie’ en ‘sociale actie’. Stott: “Als wij onze naaste werkelijk liefhebben, zullen wij hem zonder twijfel het goede nieuws van Jezus vertellen. Maar evenzeer geldt: als wij onze naaste werkelijk liefhebben, zullen wij daar niet stoppen (…) Liefde (…) uit zich in dienstbaarheid overal waar zij nood ziet.” Zijn aanwezigheid bij de bespreking en eindredactie van het document waarin de opbrengsten van Lausanne werden samengevat, bleken bepalend voor centrale gedachten over deze thema’s in de opvolgende decennia. Ook Billy Graham ondertekende het document, in tegenstelling tot diens vrouw Ruth; zij vond de focus op een simpele levensstijl te dominant in de tekst. Zij zei tegen John Stott: ‘Als je had gezegd “eenvoudiger”, dan had ik getekend. Maar wat is “eenvoudig”? Jij woont in twee kamers. Ik heb een groter huis. Jij hebt geen kinderen. Ik heb er vijf. Jij zegt dat jouw leven eenvoudig is, maar het mijne niet.’ Beiden deelden in elk geval de overtuiging dat dienen doet delen.

Hand in hand

Als diaconaat geïsoleerd raakt van de Woordverkondiging, vervallen we tot horizontaal christendom. Dan verliest de kerk haar verlossende boodschap voor verloren zondaren. Als de Woordverkondiging geïsoleerd wordt van diaconaat, mist de wereld de zorgende handen van christenen die zich ontfermen over het gebrokene en hulpbehoevende. Vandaar dat we steeds weer Woord en daad moeten verenigingen. Wie het kruis verkondigd te midden van zondaren, zal aan zijn naaste in nood niet zonder ontferming voorbijgaan. Want waren de priester en de leviet in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan in dit opzicht niet een ontluisterend voorbeeld?

  • © hersteld hervormde kerk 2026