• " En hetzij dat een lid lijdt,
    zo lijden al de leden mede
    "
    1 Korinthe 12 vers 26

Nachtreflecties

'Indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere'

(Tijdens de visitatie van de GDC aan Malawi hield beleidsmedewerker Pieter Beens een reisdagboek bij. In onderstaand gedeelte reflecteert hij op het verschil tussen rijkdom en armoede - en de impact daarvan op ontwikkelingssamenwerking.)

Voor de tweede nacht op rij word ik rond 2 uur wakker. Beelden van de afgelopen dag dringen zich aan me op. Ik kan alle indrukken hier overdag prima de baas, maar blijkbaar zijn ze toch meer dan mijn brein 's nachts verwerken kan.

Er zijn vragen, vragen, vragen. Ik heb niet de ambitie om de Malawiaanse cultuur te doorgronden, maar als ik meen een vinger op een bepaalde situatie of gewoonte te kunnen leggen blijkt de situatie toch nog weer complexer dan gedacht.

Neem de offerdienst van afgelopen zondag. In de kast op het kerkelijk bureau vond ik een zakje met ruim 3.100 Kwacha. Ik besloot om het mee te nemen naar Malawi. De coupures vormden een aardig stapeltje, maar toen ik het bedrag omrekende bleek ik maar € 1,05 in handen te hebben. Allerlei politieke en economische ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd dat geld hier amper meer iets waard is. Wil je een auto kopen, dan moet je bijkans een vrachtwagenlading aan Malawiaanse Kwacha's meenemen.
Voor mij, Westerling, was dat stapeltje briefgeld maar weinig waard. Maar wat betekent het voor een inwoner hier? Stel dat ik het in de collectezak zou doen, zou dat dan worden opgevat als een vorm van Westerse superioriteit? Zouden mensen denken dat ik het breed wil laten hangen?

Toen tijdens de kerkdienst de offerschalen (een afwasteiltje en een rieten mand) naast me werden gezet en de gemeenteleden onder psalmgezang naar voren liepen om hun gave te brengen, keek ik dan ook met een schuin oog naar wat hun linker- en rechterhand deden. Ik was blij om biljetten van 5.000 Kwacha in de schalen te zien vallen.
Totdat ik gisteren mijn Malawiaanse medereiziger maar ronduit vroeg wat een gemiddelde arbeider hier verdient. Een dagloner ontvangt zo'n 5.000 tot 6.000 Kwacha per dag. Zo bezien is een 'collectebon' van 5.000 Kwacha een immens bedrag - zeker als je bedenkt dat mensen hier lang niet iedere dag van het jaar geld verdienen. Toen ik daar met mijn reisgenoten over doorsprak, kwamen er allerlei factoren langs die de situatie nog ingewikkelder maken. Want in de kerkdienst waren de nodige azungu's (blanken) aanwezig. Welke invloed zouden zij - bedoeld of onbedoeld - op de collecteopbrenst hebben? Wat zouden hun offergaven - misschien wel ongemerkt - doen met de opvattingen of offerbereidheid van de lokale bevolking? En wat te denken van de inzamelmethode zelf? Doordat iedereen kan zien hoeveel je geeft, laten mensen misschien wel bewust zien hoe vermogend ze zijn.
Word maar eens wijs uit al die beïnvloedende factoren ...

Bezie ik mijn onderhandelingsavonturen in het licht van het dagloon, dan stijgt het schaamrood me naar mijn kaken. Heb ik de mensen hier niet het vel over de neus gehaald? Bijten die nu op een houtje terwijl ik me als vermogende Westerling verheug over het slaatje dat ik hier geslagen heb?
Hebben zij lachend pijn geleden terwijl ik als de handelaar uit Spreuken 'het is kwaad, het is kwaad' heb geroepen - en me onderwijl in mijn handen heb gewreven vanwege de goede deal die ik sloot?
Of hebben zij bij het zien van een stel bleekneuzen hun prijzen verdrievoudigd omdat ze weten dat sommige naïeve Westerlingen toch wel de hoofdprijs betalen, terwijl ze ook bij scherp onderhandelende Nederlanders nog wat marge overhouden? In het eerste geval worden ze schatrijk, in het tweede geval hebben ze ook met minder geluk nog steeds een goede dag. Daar komt bij dat de officiële koers van de Kwacha niet overhoudt, maar op de zwarte markt dubbel zoveel Kwacha's voor een dollar worden ontvangen. Dat weten de verkopers hier ook heel goed. Zelfs bij een matige deal beuren ze daardoor nog altijd meer dan bij de bank.
Vragen te over hier, die zich maar moeilijk laten beantwoorden door het verschil in taal en cultuur.

Nog zo een: ik deelde in beperkte kring een oproep om gebed voor een mevrouw die met spoed geopereerd moet worden aan een tumor in haar wang. Ziekenhuizen behandelen je hier niet zolang je niet contant hebt afgerekend. Zo willen ze voorkomen dat je na een onderhoudsbeurt zonder te betalen via de achterdeur het hospitaal uit kreupelt.
De operatie kost 100.000 Kwacha, volgens de huidige koers $ 57. Voor ons is dat een schijntje, maar de zoon van de patiënt moet er een lening voor afsluiten. Vanuit de Malawiaanse cultuur rust als oudste zoon de zorgplicht voor zijn oude moeder én voor zijn broers en zussen inclusief hun kinderen op hem. De man staat iedere morgen voor dag en dauw op en werkt 6 dagen in de week, maar moet nu ook nog een lening - ongetwijfeld met rente - afsluiten. Nietsdoen is geen optie, want het gaat om het leven van zijn moeder. Mijn eerste gedachte bij het horen van zijn verhaal was: zal ik hem dat bedrag toeschuiven? Via de app kreeg ik vergelijkbare aanbiedingen.
Maar ik ken de man vanuit een samenwerkingsrelatie. Wat gaat mijn hulp betekenen voor de gelijkwaardigheid? Hoe gaan andere partijen die hulp opvatten? Hoe kunnen we in de toekomst zonder voetangels blijven samenwerken? En welk precedent schep je - voor deze man en voor anderen hier? Liefst zou je een structurele oplossing zoeken. De broers en zussen van deze man zouden ook prima hun eigen boontjes kunnen doppen, zodat de financiële last hem minder zwaar zal drukken. Maar in deze cultuur is het uitgesloten dat je het onderwerp ook maar ter sprake brengt. Dat wordt zonder meer uitgelegd als een poging om onder je plicht vandaan te komen. En dus blijft de praktijk vermoedelijk nog lang bestaan.

Je zou de praktijk willen doorbreken, maar dat is onmogelijk. Bovendien: hoe koloniaal wil je het hebben?
We hebben de wijsheid van Salomo nodig om in deze omgeving te opereren. Wat een rust om dan, te midden van alle vragen, te weten dat er Eén boven alles staat. Hij weet hoe we moeten handelen en geeft mild, zonder te verwijten.

  • © hersteld hervormde kerk 2026