mannenbond

Welkom

Het is de Heere

De discipel welke dan Jezus liefhad, zeide tot Petrus: Het is de Heere.  Joh. 21:7a

De discipelen zijn op het bevel van hun opgestane Meester naar Galilea gegaan. Daar zou Hij zich bij hen voegen. De dagen gaan echter voorbij en de Heiland komt maar niet. Ze worden ongeduldig, omdat de Heer op zich laat wachten. En op voorstel van Petrus gaan ze hun oude handwerk weer uitoefenen, ze gaan vissen. Maar ook dat loopt op een teleurstelling uit. Ze vangen immers die nacht niets. Wat voelen ze zich arm en ellendig. Als er dan nog een man op de oever om een vis vraagt, dan zeggen ze korzelig dat ze niets hebben, geen enkele vis.

Hoe menigmaal gaat het ook in ons eigen leven niet zo. We hebben rijke beloften van de Heere ontvangen, we hebben grote verwachtingen, maar waar blijft de vervulling? Het is alsof het nog donkerder wordt dan voorheen, alsof Gods beloftenissen altijd haar vervulling missen.

Maar hoe menigmaal komt dan openbaar welke een verassend God de Heere is! Die man op de oever geeft de discipelen een vriendelijke raad: Werpt het net uit aan de andere zijde van het schip… en gij zult vinden! En dan gebeurt het grote wonder. Met één haal vangen ze zoveel vissen, dat ze het net niet eens in het scheepje kunnen trekken. En als Johannes dan van die vissen naar die Man op de oever kijkt, roept hij vol verassing: Het is de Heere!

Daaruit mogen we leren dat de Heere waarlijk leeft, dat Hij weet van onze nood en ellende, ook al houdt Hij zich voor ons verborgen, ook al moeten we wachten op de vervulling van Zijn beloften. Hij komt immers op zijn eigen tijd.

Maar als Hij dan komt, dan laten we ook alles voor Hem in de steek. Johannes ziet naar de vissen niet meer om. Want zeker, we hebben ook vissen nodig om te leven, maar we hebben in de eerste plaats de Heere zelf nodig. En Hij geeft de vissen en al onze verdere nooddruft erbij. Hoe zalig is het om bij deze Levensvorst te schuilen.

Wijlen ds. A. Vroegindeweij

 

  • © hersteld hervormde kerk 2017

Ontwerp en realisatie: