mannenbond

Welkom

Luk. 15 vers 17: En tot zichzelven gekomen zijnde, zeide hij: Hoevele huurlingen mijns Vaders hebben overvloed van brood, en ik verga van honger!

Zo is het dan een hangen aan den hemel en aan de barmhartigheden Gods in Christus, steeds onwaardiger wordend in zichzelf. O. laat u dan niet door allerlei waanwijsheid en influisteringen van den vorst der duisternis van die plaats voor de poort der genade verdrijven, maar bedenk dat tegen alle aanklacht en zelfverwijt en boze gedachten, ja tegen alles, wat daartegen opkwam in, de verloren zoon toch overlegde: Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, en zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen den hemel en voor u en ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden, maak mij als en van uw huurlingen.  En dit is naar het onderwijs van onze hoogste Profeet en Leraar.

Zijt ge uw zoons- of dochtersrecht al eens verloren? O, dan loopt het laag voor ons af, zo laag, dat we de zwijnen gelukkig achten, dat we vergaan van honger en onweerstaanbaar naar dat huis getrokken worden, dat we verlaten hebben. Nu dan geen praat, maar daad, opdat ge met allen, die in die banden ook gebonden zijn geweest, ervaren moogt, dat voor zulke afvalligen, vijanden en goddelozen nu dat Brood des Levens in de Zoon van Gods eeuwige liefde is: voor zulke weglopers en doorbrengers. O, om hen, die roepen: ik verga van honger, te kunnen spijzen, heeft Hij Zijn eigen, enig- en eeuwig geliefden Zoon niet gespaard, maar overgegeven om als broodkoren te worden verbrijzeld. Hij heeft Zijn lieven Zoon uitgezonden en tot hét voorwerp Zijns toorns gesteld, opdat Hij den verloren zoon tot verheerlijking van al Zijn deugden om den hals zou kunnen vallen en kussen.

Wijlen ds. J. van Sliedregt

 

  • © hersteld hervormde kerk 2017

Ontwerp en realisatie: