Home
Meditatie

Jezus dan kwam zes dagen vóór het pascha te Bethanië 
Johannes 12:1a

Juiste berichtgeving, recht verkondigd
In de lijdenstijd wandelt de lijdende Borg in het midden van de gemeente. Die geleden heeft, gekruisigd, gestorven en begraven is, Die opgewekt is en opgeheven, Die ter rechterhand Gods is, Díe dráágt op de zeven lijdenszondagen de prediking van de grote Hogepriester.
Het Johannesevangelie ligt open. Er staat te lezen: ‘Jezus dan kwam zes dagen vóór het pascha te Bethanië.’ Ziedaar, het juiste bericht, de rechte prediking: Jezus komt! Hij wordt niet gehaald, Hij komt naar de eis van Zijn Vader. Niemand dwingt Hem.

De zaken in het juiste licht. De volle aandacht krijgt Hij, Hij is het onderwerp. Het leidend en lijdend onderwerp. Daarbij is Zijn Kerk het geliefde voorwerp. Gods reddingsoperatie. Redding is slechts hemels werk, altijd Gods initiatief. Zoals het moet gaan, gaat het. Vaders wil is wet. Het betekent onvermijdelijk: Jezus gáát Zijn weg, ook het zwaarste stuk, het einde van Zijn leven. Geen terugtrekkende bewegingen. Als de meest donkere wolken van Gods toorn komen aandrijven en zich boven Zijn leven samenpakken om zich over Hem te ontladen, is Hij trouw aan Zijn roeping. Hij houdt getrouw Zijn woord dat Hij wilde komen om Vaders wil te doen. Hij heeft lief tot in de dood. Hij lieft door de dood heen!

Het begin van Zijn laatste week
Zes dagen vóór het pascha komt Hij in Bethanië. Johannes schrijft er fijnzinnig bij dat het de plaats is waar de gestorven Lazarus door Hem uit de doden is opgewekt. Even stokt ons de adem hierbij. Wat een beladen bijschrift, vol fijnzinnigheid en scherpzinnigheid. Verwachting gegeven! Immers, zie, het Lam Gods Dat over zes dagen geslacht wordt, gaat gewis de dood overwinnen. Hij gaat de dood in en komt de dood uit. Even klinkt al het tokkelende geluid van de aanstaande overwinning op de dood. Nu volgt echter eerst melding van het grote Pascha. Ten koste van Zijn leven. Een indrukwekkend afscheid gaat daaraan vooraf. In de laatste week van Zijn leven komt Hij bij Zijn geliefde vrienden en neemt afscheid. Want ja, eerlijk is eerlijk, daar in huis vindt de zalving plaats waarvan Jezus zegt dat die plaatsheeft met het oog op Zijn begrafenis. Jezus’ laatste gang, die op een climax uitloopt, is begonnen. Zijn sterven dient zich aan. Hij zet Zijn leven voor Zijn schapen, Hij zet Zijn leven voor Zijn vrienden …

Zes dagen nog zult gij arbeiden…
Johannes schrijft het op: Daar kwam Jezus dan in Bethanië, om precies te zijn zes dagen vóór het pascha. Nog zes volle, uiterst zware wèrkdagen alvorens de sabbat begint. Zes dagen ijver voor Zijn Huis … Het zwaarste gewicht hangt aan deze werkweek. De ijver van Uw Huis heeft Mij verteerd. Met Zijn volle Levensgewicht is Hij daar: Jezus dan kwam, Hij gaat de wet vervullen. De woorden ‘Jezus kwam’ zijn zeer treffend, overpriesters en Farizeeën worden kenbaar op hun wenken bediend. Hij kon maar beter het leven laten, aldus de onwetend profeterende hogepriester Kajafas. Tot Zijn dood is besloten. De vraag is alleen nog of Jezus naar het feest zal komen (Joh. 11:56). Probleem opgelost: Jezus dan kwam. Het woordje ‘dan’ spreekt boekdelen. Het is alsof Hij op de wensen van Zijn moordenaars ingaat. Maar dat is het ten diepste niet. Neen, Zijn Vader wijst Hem de plaats van het gericht. Nog zes dagen en dan is het Pasen. De begrafenis voorzegd, Hij wordt gezalfd. Jezus dan kwam. Jezus’ bereidheid en gewilligheid staan in één werkwoord. Niet gedwongen, maar gehoorzaam aan Zijn Vader. Altijd dezelfde preek: Jezus komt. Johannes schrijft niet anders. Hij zei: ‘Zie, Ik kom om Uw wil te doen, o God!’ Hij dóet het iedere keer. Pilatus wil Hem uitbrengen. Mis. Jezus dan kwam uit, dragende de doornenkroon en het purperen kleed. De Hogepriester doet, de Borg handelt. Duizelingwekkende laatste werkdagen: zes dagen nog zal Hij arbeiden en al Zijn werk doen … Dan zal Hij rusten … en dan zal er een rust overblijven voor het volk van God!

Tot wie?
Een prangende vraag blaast de Geest: ‘Komt Gij nochtans tot mij?’ Een rechteloze, met zijn zes dagen werken is hij vastgelopen. Vruchteloos, onvruchtbaar leven. De bange vraag: ‘Zo Gij, HEERE, in het recht zult treden, wie zal bestaan?’ Een kort dieptreurig antwoord: ‘Beslist, ik niet,’ Ontwapenende waarheid: Gij zijt rein in Uw richten, rechtvaardig in Uw doen. Hemelhoge nood, heldiepe benauwdheid, waarin reikhalzend naar Zijn komst wordt uitgezien. Zal de HEERE nog van ontferming weten? Ontfermen op mijn kermen? Johannes’ arm rekt zich, zijn volle hand strekt zich: Ziedaar, Jezus, het Lam Gods komt. Hij gaat met mijn last heen, Gods recht zegeviert. Het wordt sabbat, rusten van mijn boze werken. God vergeet Zijn ellendigen niet. Het Lam Gods komt, komt Zelf … het Pascha is voor ons geslacht. Het is volbracht. De dag des Heeren licht …

Goedereede, ds. J.W. van Estrik