vrouwenbond

Meer over Regio's

Verslagen bijeenkomsten Regio Noord

 

Verslag van de Regio-avond van Vrouwenverenigingen in de Classis Noord van de Hersteld Hervormde Kerk, gehouden op 20 oktober 2016 in gebouw “Rehoboth” in Nieuwleusen

De aanvang was om 20.00 uur, maar vanaf 19.20 uur was er ontvangst met koffie.
Er werd meegedeeld dat er in de hal documentatie te vinden was met betrekking tot meeleven en eventuele bijdragen voor de opleiding van predikanten, voor welk doel ook op deze avond gecollecteerd zou worden.
Het is mogelijk om een CD te bestellen tegen een bedrag van 5 euro of 7.50 euro als de CD per post verstuurd zal moeten worden.
De presidente, mevr. H. Poot heette allen hartelijk welkom, in het bijzonder mevr. Buitink-Heijblom, die vanavond het referaat hoopt te verzorgen. Juist aan het begin van een nieuw seizoen mag een avond als deze een bemoediging zijn. Ze stelde voor om te zingen Psalm 46 : 1 en 6 en ging ons hierna voor in gebed en las als inleiding op de lezing Psalm 62.
Hierna gaf ze het woord aan mevr. Buitink.
Het thema van de lezing is: “God is een Toevlucht t’ allen tijde” naar aanleiding van Psalm 62.
Misschien heeft u het kasteel “De Wartburg” in het voormalig Oost Duitsland wel eens gezien. Hoog gelegen, sterk en met een grote verdedigingsmuur. Bijna onneembaar. Zou Luther aan dat kasteel gedacht hebben toen hij zijn lied “Een vaste Burcht is onze God” schreef? Mocht hij ervaren dat God zo’n plaats voor hem wilde zijn: een plaats waar hij veilig was, bescherming genoot en waar hij de mogelijkheid had om zijn werk te doen?
Meestal wordt dit lied in verband gebracht met Psalm 46. Maar dit thema is breder: het komt ook voor in Psalm 62, waarin David spreekt over zijn toevlucht. Deze psalm is door Gods leiding in de Bijbel terecht gekomen en biedt dan ook goddelijk onderwijs aan ons: de HEERE wil ook onze Toevlucht zijn.
Er zijn in deze lezing 3 aandachtspunten: de noodsituatie van David
God als Toevlucht: wie is Hij?
God als Toevlucht: wat betekent dat?
De noodsituatie van David.
David verkeert in grote nood: mensen maken het hem moeilijk; er is leugen en bedrog; er zijn gemene lieden en er zijn onderdrukkers, rovers,
Deze mensen, die denken iets te zijn, maken gebruik van leugen en bedrog, boze woorden. Hoe moeilijk is dat voor David. Hoe kun je dan rustig blijven en geen verkeerde woorden gebruiken? Herkennen we dit in ons eigen leven? Wij kennen als het ware nood op drie “niveaus”.
a. Nood die ver weg is, bijv. hongersnood of overstromingen in een ander werelddeel of problemen van economische of politieke aard in ons eigen land. Deze nood blijft in zekere zin voor ons “op afstand”.
b. Nood bij mensen rondom ons bijv. gezins- of familieleden. Denk aan ziekte, ontslag, zorg vanwege spanningen in de familie, gebreken vanwege ouderdom.
c. Nood van onszelf: lichamelijk, psychisch, of nood die te maken heeft met ons geloofsleven.
Moeiten en vragen waarop we geen antwoord weten. Als golven slaan ze over ons heen.
Soms wordt  gezegd: “Ik kan alleen maar bidden”. Beseffen we wel van hoeveel waarde dat is? En hoe belangrijk voorbede is?
We worden er van doordrongen dat we in deze situaties een toevlucht nodig hebben. Wie kan zonder zo’n toevlucht? In tijden van vreugde, blijdschap en gezondheid denken we dat het zonder de Heere ook wel kan en “vergeten” we Hem, dwalen we van Hem weg. Luther zou ooit gezegd hebben dat het de grootste aanvechting is om geen aanvechtingen te kennen.
Hoe is onze houding in voor- en tegenspoed? Oppervlakkigheid, ontevredenheid, gebalde vuisten, wraak, God beschuldigen?
Kijk eens naar David in Psalm 62. Hij zoekt zijn sterkte in God. Hij bewandelt een uitnemender weg. Alsof hij zichzelf vermanend toespreekt: doch gij, mijn ziel, zwijg Gode (zie vers 6). Hij zoekt zijn hulp  bij de Heere, zijn God, de enige goede plaats. Bij hem geen gebalde vuisten, maar gevouwen handen, geen sprake van vloeken, maar bidden, geen weggaan van de Heere, maar juist naar Hem toegaan. Dit is geen vanzelfsprekendheid, maar dit werkt de Heere Zelf in David uit om van Hem te ontvangen wat nodig is.
God als Toevlucht: wie is Hij?
De Heere is de Rotssteen. Hij is ons Heil, een hoog Vertrek, een Toevlucht. Maar deze God is ook de HEERE, de God van het Verbond. Hij is Uniek, Zeggen en doen is bij Hem één. Zou God het beloven en het niet waarmaken? Hij is geen mens dat Hij liegen zou. Hij is en blijft Dezelfde door alle tijden heen.
De Heere vraagt dat we alleen Hem dienen, maar Hij wil het Zelf ook mogelijk maken. Hij wil en kan een zondaar herscheppen, een nieuw hart en een nieuwe gehoorzaamheid geven. Hij is trouw aan Zijn Woord, waarop we biddend mogen pleiten. Nooit kunnen we te groot van de Heere denken en nochtans ziet Hij de nederige aan. Hij is genadig, barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid.
Hij is de Priester (Ps. 22), de Herder (Ps. 23), de Koning (Ps. 24) en de Profeet (Ps. 25). Hij alleen kan en wil ons geven wat we nodig hebben. Zouden we Hem dan niet op Zijn Woord vertrouwen en tot Hem de toevlucht nemen?
God als Toevlucht: wat betekent dat?
Het betekent niet dat Hij automatisch helpt. Ook niet dat Hij doet wat wij vragen en ook niet dat Hij ons van alle moeilijkheden verlost.
Het is enkel uit genade. We hebben er geen recht op dat de Heere voor ons een Toevlucht wil zijn. Genade om Jezus’ wil.
Onze eerste zorg moet zijn: Hoe zal ik rechtvaardig verschijnen voor God en: Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal.
God als Toevlucht geeft veiligheid. Juist in moeilijke omstandigheden wil de Heere iets anders geven, namelijk de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat. We mogen weten dat de Heere er van weet. En ook al schijnen alle wegen dan duister, toch achter Hem aan gaan en Gods leiding volgen. En de Heere wil dagelijks die genade geven, dagelijks manna. En daarom mogen we Hem vertrouwen.
En wat als de omstandigheden niet veranderen? Juist dan toch bij Hem schuilen en de toevlucht nemen tot Hem, want bij dat schuilen hoort nog veel meer, namelijk overgave aan God als een gespeend kind, geloven en vertrouwen dat Hij ons echt wil en kan helpen, onze hoop en verwachting op Hem stellen. Hij vervult niet al onze wensen, maar wel Zijn beloften. We mogen onze ogen gericht houden op Hem en Hij is de Hogepriester, Die medelijden kan hebben met onze zwakheden.
En als u soms verdwaalt op de weg en u ver bij Hem vandaan zwerft? Dan is er die wonderlijke genade dat de HEERE dan weer (!!!) ingrijpt. Dat is om stil van te worden, om ons over zoveel goedheid te verwonderen.
De Heere is een Toevlucht in alle tijden en voor alle leeftijden.
We zingen Psalm 32 : 4. Tijdens het zingen wordt er gecollecteerd.
Na de pauze deelt de presidente mee dat twee dames zich niet herkiesbaar stellen voor een nieuwe zittingsperiode in het regiobestuur. Ze vraagt hier met klem aandacht voor, zodat er op de verenigingen over nagedacht kan worden en of dit ook een plaats mag hebben in uw gebed. Wil iemand zich beschikbaar stellen dan kan dat gemeld worden bij de secretaresse.
Ook meldt ze de opbrengst van de collecte: 289.65 euro.
Ze stelt voor om te zingen psalm 62 : 1, 4 en 5, waarna er enkele vragen worden beantwoord.
- Naar aanleiding van Psalm 62: 12: God heeft één ding gesproken, ik heb dit tweemaal gehoord.
In de Bijbel komt dit vaker naar voren: Eén ding is nodig. Eén ding heb ik begeerd.
Bepaalde zaken gebeuren tweemaal of vaker. Het is een extra bevestiging, een dikke streep er onder. Eén ding is echt belangrijk: de Heere kennen! De sterkte is van God en niet van ons, wij zijn ijdelheid, vluchtig, maar God te kennen geeft een stevige, sterke basis. Hij is de enige en eeuwige Toevlucht.
- In deze psalm belijdt David de Heere als dé Toevlucht. Hoe is dat dan voor ongelovigen?
Denk aan Petrus als hij wandelt op de golven: hij is op het toppunt van geloven. Maar dan kijkt hij naar het water en gaat redeneren en dan gaat het fout.
Maar dit trekt niet in twijfel dát God een Toevlucht is.
Na de zonde van David met Bathséba was die Toevlucht er nog wel, maar David was er bij weggedwaald.
Deze psalm is in de Bijbel gekomen opdat wij zullen weten/horen dat de Toevlucht er ís. Denk hierbij ook aan de vrijstad!
We moeten niet bij onszelf te rade gaan, maar naar Hem gaan. Dat is de opdracht.
- Is een toevluchtnemend geloof een waar zaligmakend geloof?
Tot Hem gaan, tot Hem roepen. Het niet bij onszelf zoeken, maar geloven dat bij Hem alles te vinden is. En zou dan de Heere een toevluchtnemend geloof afwijzen?
Mevr. Buitink leest een aan haar overhandigd briefje voor, waarop iets geschreven staat over een mevrouw met de ziekte ALS. Deze vrouw getuigd van haar Heere en Heiland, haar Toevlucht en dat daarom haar leven nog zin heeft al is ze voor de maatschappij afgeschreven en volslagen nutteloos.
Mevr. Dekker uit Hollandscheveld declameert een mooi bijpassend gedicht, getiteld: De enige Toevlucht.
De presidente bedankt aan het einde van deze mooie avond de koster, de kerkvoogdij, de organiste en mevr. Dekker voor de declamatie en alle aanwezigen en spreekt de wens uit dat allen gesterkt mogen worden door de gehouden lezing. Ze wenst ons allen een goede terugreis en Gods Zegen voor het verenigingsleven, waarna mevr. Buitink de avond met dankgebed besluit.

R.M. Heldoorn-Heldoorn, regiosecr.

 

Verslag van de Regio-avond van vrouwenverenigingen in de classis Noord van de Hersteld Hervormde Kerk, gehouden op 22 oktober 2015 in “Rehoboth” in Nieuwleusen.


Aanwezig waren 93 dames.
De presidente, mevr. H. Poot, heette allen hartelijk welkom, in het bijzonder ds. A. de Groot, die deze avond het referaat voor ons hoopt te verzorgen.
Ze deelde mee dat er een CD besteld kan worden en dat er in de pauze gelegenheid is om de presentielijst te tekenen.
De opbrengst van de collecte zal, na aftrek van de onkosten, bestemd zijn voor de zending van de HHK.

Hierna stelde ze voor te zingen ps. 105 : 3 en 5.
Ds. De Groot ging  voor in gebed, waarna hij uit de Bijbel las Markus 16 : 15 – 18 en Kolossensen
2 : 6 – 15.

Vervolgens refereerde hij over het thema voor deze avond: “Kinderdoop, geloofsdoop en overdoop”.
Het onderwerp is hoogst actueel, want ook uw kinderen of kleinkinderen komen misschien wel eens met vragen naar u toe met betrekking tot dit onderwerp. Sommigen laten merken dat de geloofsdoop meer aansluit bij hun beleving. Hieruit blijkt dat we langzamerhand overgegaan zijn naar een soort gevoelscultuur, immers als het goed voelt, is het ook goed. Maar niets werkt zo vernietigend als we ons gevoel als maatstaf nemen en niet Gods Woord, hetwelk zuiver is, terwijl ons gevoel bezoedeld en dus zondig is.
Het is dus goed om ons in de eerste plaats te concentreren op de Heilige Schrift. Mensen die de geloofsdoop voorstaan, erkennen de belijdenisgeschriften niet. Ze willen alleen vanuit het Woord onderwezen worden.
Ds. De Groot heeft een kleine wijziging aangebracht in de volgorde en richt zich dus als eerste op de geloofsdoop. Tegenwoordig is er veelal de opvatting dat de doop, die je als volwassene krijgt, een bevestiging is van je geloof. De voorstanders van de volwassendoop, dus de geloofsdoop, menen dat de doop een zegel van het geloof is, maar is dat echt zo? Het geloof kan meer en minder zijn of het is geheel weg. De belofte van God echter is vast en onwankelbaar. God zet met de doop een zegel op zijn eigen (verbonds)belofte! Op die wijze wil de Heere het (zwakke) geloof versterken. Velen die de geloofsdoop voorstaan hebben niet het juiste zicht op wat de doop inhoudt. Hier zien we al een duidelijk verschil met de Bijbelse leer.
Deze mensen wijzen nogal eens naar Markus 16 : 15. Deze tekst lijkt in lijn te zijn met degenen die alleen de geloofsdoop voorstaan, maar als we de tekst eerlijk bezien, kan niet staande gehouden worden dat deze tekst alleen pleit voor de geloofsdoop, want we hebben hier te maken met de zendingssituatie, waarin de apostelen terecht zullen komen na de uitstorting van de Heilige Geest.
Aan alle creaturen moet het Evangelie gepredikt worden, zowel joden als heidenen. De Heere Jezus zegt duidelijk dat als het Evangelie aangenomen wordt,  er dan ook gedoopt zal moeten worden. Denk in dit verband aan de Moorman. Hij belijdt dat Jezus Christus de van God gezonden Zaligmaker is en dan is er geen verhindering dat hij gedoopt wordt. Hier is het duidelijk dat er eerst geloof moet zijn om daarna gedoopt te mogen worden.
Bij de geloofsdoop wordt de nadruk gelegd op het geloof. Er is een soort tunnelvisie. Er is geen luisteren meer naar de Bijbel en daarom wordt dan ook de kinderdoop verworpen. Het gaat vooral om de (geloofs)ervaring die je krijgt. Het is een bewuste keuze van jezelf.
In de Bijbel lezen we nergens dat alleen de volwassendoop goed is. De kinderdoop laat juist heel duidelijk de trouw van de Heere zien.

Ook in onze gemeenten komen vragen over de kinderdoop. Eén van de oorzaken zou kunnen zijn dat er in het verleden contacten gelegd zijn met Christenen uit Rusland, Roemenië en andere Oostbloklanden. Jongeren kwamen in aanraking met mensen die alleen de volwassendoop voorstonden. Op zich was daar niets mis mee. Deze Christenen waren vaak een voorbeeld voor ons. Ze dronken bijv. geen alcohol en rookten niet. Ze leefden sober en waren tevreden met minimale middelen. Er kwamen vragen over de verschillen die er zijn tussen deze mensen en ons en over de verschillen tussen volwassen- en kinderdoop. Dat is misschien niet altijd genoeg onderkend. Het was duidelijk niet verkeerd wat er gedaan is. Toch is het wel iets om over na te denken.
Dan was er nog iets. Veel boeken werden uit het Engels vertaald en dan denk ik aan de boeken van Bunyan, Spurgeon en Philpot. Deze mensen stonden de volwassendoop voor. Dat moeten we dan wel zien in de context van de Engelse (kerk)geschiedenis.  Deze mensen waren het vooral niet eens met de dooppraktijk van de Engelse Staatskerk. Alles wat er in het doophuis kwam, werd gedoopt. De reactie om dan maar geen kinderen meer te dopen is misschien wel begrijpelijk, maar niet goed.
Tegenwoordig is men mondig en komen er vragen over de verschillen, dan is men geneigd om de doopvisie van genoemde predikers over te nemen. Zo worden dan juist de namen van deze genoemde predikers gebruikt om de geloofsdoop te verdedigen. Men vergeet daarbij wat de Bijbel er van zegt!
Zo sijpelt het ook onze gemeenten binnen. Er wordt dan naar voren gebracht dat men niet tegen de kinderdoop is maar dat de geloofsdoop Bijbelser gevonden wordt. Tekenend hoe men tegen de kinder- en geloofsdoop aankijkt.
Duidelijk is dat we niet moeten nalaten de Bijbelse lijnen met betrekking tot de kinderdoop aan te tonen. Het is goed om te kijken naar de instelling van de besnijdenis. Abram werd door de Heere uit Ur der Chaldeeën geroepen. De Heere zou hem in het beloofde land brengen en hem tot een groot volk maken. God maakte ook een verbond met Abram. De Heere beproefde Abram en liet hem heel lang wachten op de geboorte van het beloofde kind. Helaas was er ook ongeloof bij Abram.  Hij neemt Hagar tot een bijvrouw en dan wordt Ismaël geboren, maar hij is niet de zoon van de belofte. Abram krijgt in de tijd dat Ismaël er al was de opdracht om de mannen en de jongens van zijn huis te besnijden. Dat is het verbondsteken. De grond om te besnijden was niet het geloof van Abram, maar de belofte van God! Dat lezen we ook heel duidelijk in Romeinen 4 : 11. Het teken dat Abraham had gekregen was tot een zegel der rechtvaardigheid des geloofs. Dat wil dus niet zeggen dat God door deze manier een zegel zette op het geloof van Abraham. Immers het geloof kan zwak zijn, kan wankelen. God zet niet Zijn zegel op Abrahams geloof, maar op Zijn eigen (verbonds)belofte!
Izak kreeg later ook hetzelfde teken van het verbond en hij kon natuurlijk nog niet geloven, maar dat maakt voor het verbond en het krijgen van het verbondsteken niet uit. Het gaat immers om de belofte Gods. Kijken we verder dan gaat het in de belofte ten diepste om Christus en de bloedgerechtigheid die Hij zal aanbrengen! De belofte is voor kinderen net zo vast als voor volwassenen. Het is toch rijk als een kind nog niet naar God kan vragen, maar dat God al naar kinderen toekomt en het teken en zegel van de (verbonds)belofte verzegelt!
Klinkt hierin al niet door dat de belofte aan de kinderen toekomt? Zijn ze dan al zalig? Nee, maar ze hebben wel het voorrecht dat ze apart worden gezet om de woorden Gods te mogen horen. Ook voor hen klinkt de rijke prediking van de komende Christus, die Zijn leven zal geven om de gerechtigheid aan te brengen. Hij alleen redt van de dood. Ze horen ook hoe ze er deel aan kunnen krijgen. Alleen in de weg van bekering en geloof kan dat en de Heere wil om Christus’ wil dit aan hen schenken.
Als Christus Zijn discipelen uitgezonden heeft om de volken te onderwijzen en daarna te dopen in de Naam van de Drieënige God, wordt er niet gezegd dat alleen volwassenen die geloven, gedoopt moeten worden. Nee, de volken moeten gedoopt worden (vgl. Matth. 28 : 19). Daar horen dus ook kinderen helemaal bij. Hoe komt het toch dat een mens zulke eenvoudige teksten altijd moeilijker wil maken dan ze zijn. We moeten niet vergeten dat we zullen moeten worden als een kind. Daarmee bedoelt de Heere dat een zondaar afhankelijkheid zal moeten leren en dus ook zal moeten leren gehoorzamen. Doen we dat niet dan beroven we ons van de troost, die de Heere er in gelegd heeft voor Zijn kinderen. Laten we dan niet zo dwaas zijn, maar ons voegen in deze weg!
De doop is in de plaats van de besnijdenis gekomen. Beide vertellen ons dat wat uit een mens geboren wordt, verkeerd is. Daarom moet ons hart besneden en dus ook gewassen worden. Wijst dat niet op de wedergeboorte?
Bij de besnijdenis vloeide bloed. Omdat Christus Zijn bloed heeft willen storten is dat niet meer nodig. We wijzen u ook op wat er staat in het laatste gedeelte van Zondag 27, waar de vraag gesteld wordt of men ook jonge kinderen zal dopen.
Van het grootste belang is het om onze kinderen daarin te onderwijzen. De vraag komt dan naar ons toe of wij zelf deelachtig zijn aan wat er wordt en werd beloofd in de Heilige Doop. Leven wij persoonlijk op de beloften van God?  Deelt u hier al in door Zijn genade? Hebben we geleerd om als een rechteloze in onszelf de Heere Zijn eigen beloften voor te houden? Denk aan Ps. 81 : 12.
Dan nog kort iets over overdoop.
Helaas leeft dat ook hier en daar onder ons. Heel gemakkelijk wordt er dan bijvoorbeeld gewezen naar de onder ons bekende Engelse predikanten. Spurgeon heeft ooit verteld dat hij met veel zegen is overgedoopt. Laten we niet vergeten dat hij ook mens was en dus niet volmaakt. In deze weg heeft hij gedwaald.
Het is naar de ouders, maar nog veel meer naar de Heere toe, zeer ingrijpend wanneer men zich laat overdopen. Je zegt als het ware tegen de Heere, dat Hij het dan toch maar verkeerd gedaan heeft. Dat wordt door de wederdopers natuurlijk ontkend. Het is duidelijk dat bij de overdoop er een verachten is van wat in het verleden van de Heere ontvangen werd. Hij kwam naar je toe met Zijn belofte. Bij de overdoop wordt deze belofte versmaad.
Een ander fenomeen is dat een overdoper zegt dat hij zijn kinderdoop niet veracht, maar dat hij zijn doop wil bevestigen. En wat gebeurt er dan? God heeft in de doop Zijn belofte al verzegeld en bevestigd. Dat zou voldoende moeten zijn. De overdoper wil dat dan ook zelf bevestigen. Eigenlijk zegt men dan, ook al wordt dat natuurlijk ontkend, dat er toch nog iets bij de belofte van de Heere gedaan moet worden. Dan ligt het nog vaster. Daarom moeten we deze overdoop verwerpen, omdat deze gedachte niet terug te vinden is in de Bijbel.
Kort samengevat:
- Als we over de doop spreken, moeten we altijd terug naar de Bijbel
- De mensen, die alleen de volwassendoop voorstaan, doen (en dat is meestal uit onkunde of een verkeerde reactie op een dwaling) tekort aan Gods Woord
- Ze gaan voorbij aan de eenvoudige tekst dat de volken onderwezen en gedoopt moeten worden in de Naam van de Drieënige God (Matth. 28 : 19)
- Mark. 16 : 15 en 16 wordt vaak als bewijstekst aangereikt om alleen voor volwassendoop te zijn. De zendingssituatie wordt vergeten
- Bij de volwassendoop speelt vaak het getuigenis en/of het gevoel een te grote rol
- De kinderdoop wordt niet verstaan uit de eenheid, die er is tussen het OT en NT
- De verbondsvisie dat de kinderen er helemaal bij horen, wordt door degenen, die alleen de volwassendoop voorstaan, ontkend
- De zgn. huisteksten worden afgedaan met de opmerking dat er niet letterlijk staat dat er kinderen gedoopt werden
- Vanuit de Bijbel is duidelijk dat de doop niet een zegel is op ons geloof maar op de belofte van God
- Kolossensen 2 : 11 en 12 is heel duidelijk m.b.t. de (kinder)doop.

We zingen Ps. 86 : 6, terwijl er gecollecteerd wordt.

Na de pauze leest de presidente de presentielijst voor en deelt ze mee dat de collecte 319.20 euro heeft opgebracht.
We zingen Ps. 25 : 2 waarna er de vraagbespreking plaatsvindt.
Is het “opdragen van kinderen” onbijbels?
Het is geen uitdrukkelijk bevel.  We moeten niet boven hen gaan staan en de mensen die dat doen, proberen te overtuigen. Wij overtuigen geen mens. Dat is Gods werk.
Heeft overdoop te maken met de mondige mens?
Ik kies, ik wil, wat ik voel en hoe ik het beleef, is bepalend. Niet dat wat God wil.
We moeten dan niet op het gevoel spelen, want dan belanden we op de verkeerde weg. Het Bijbelse gegeven moet leidend zijn: weerleg, bestraf, vermaan.
Moet er tijdens de belijdeniscatechisatie op gewezen worden dat we onze verantwoordelijkheid hebben te nemen voor het voor eigen rekening nemen van onze doop?
God eist in de doop dat we aan Hem verplicht zijn.
Is geloof van de ouders voorwaarde voor de doop van hun kind? Moeten ouders bekeerd zijn?
We hebben geen recht om onbekeerd te zijn!!!
Wijs de Bijbelse lijn aan. Leven we zelf zoals God het van ons vraagt?

Mevr. Visser, lid van de vrouwenvereniging uit Wouterswoude, draagt het gedicht voor, getiteld:
“O Heere, wil ook nu aan mij gedenken”.

De presidente bedankt hierna ds. De Groot voor het gehouden referaat, de kerkelijke gemeente van Nieuwleusen, de koster, mw. Schra als organiste en mevr. Visser voor het gedicht.
Ze wenst allen wel thuis en Gods Zegen voor de vereniging en voor gezin.

We zingen tot slot Ps. 119 : 3, waarna ds. De Groot deze avond met dankgebed besluit.

R.M. Heldoorn-Heldoorn, regiosecr.

 

Verslag van de Regio-avond van Vrouwenverenigingen in de Classis Noord, gehouden op 23 oktober 2014 in “Rehoboth” te Nieuwleusen.

De presidente, mevr. Poot heet allen hartelijk welkom, in het bijzonder ds. Kater.

We mogen bijeenkomen in rust, na een periode van onrust en ongelukken.  Waaraan hebben we dit verdiend?

Ze spreekt de dank uit aan het adres van ds. Kater omdat hij voor ons zijn referaat wil houden, juist in de drukke tijd, die hij meemaakt en ze wenst hem Gods zegen toe.

De opbrengst van de collecte, die gehouden zal worden, zal, na aftrek van de onkosten, bestemd zijn voor “Het Bijbelhuis”in Den Helder.

In de pauze is er gelegenheid om de Presentielijst te tekenen en is er de mogelijkheid om een CD te bestellen, die gemaakt zal worden van deze avond. De kosten daarvan bedragen 5 euro.

Ze stelt voor te zingen Psalm 78 : 2, waarna ds. Kater voorgaat in gebed.

Vervolgens leest hij Deut. 6 : 1 t/m 12.

Hierna refereert ds. Kater over het onderwerp: “Noodzaak en praktijk van de huisgodsdienst in het gezin”.

Het is een onderwerp wat werkelijk van het grootste belang is, omdat de praktijk van de huisgodsdienst in het gezin door de Heere wordt gebruikt als een middel in Zijn hand om onze kinderen en jongeren te trekken uit de duisternis van de zonde tot het licht van Zijn genade in Christus Jezus.

Uit de Bijbel zijn er voorbeelden te geven en dan mogen we denken aan de kleine Samuël, die op zeer jonge leeftijd door zijn Godvrezende moeder Hanna naar de tabernakel in Silo is gebracht om daar te mogen dienen in de dienst van God, zoals zijn moeder eenmaal aan de Heere beloofd had. Als Samuël daar zonder zijn moeder in Silo achterblijft, lezen we van hem: “En hij bad aldaar den Heere aan”. Van wie anders dan van zijn moeder zou hij het bidden geleerd hebben?

We mogen ook denken aan de jonge Timotheüs. Hij mocht al op jonge leeftijd staan in de dienst van het Evangelie van Gods genade. Paulus schrijft van hem: “En dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is.

Ook uit de kerkgeschiedenis zijn er verschillende voorbeelden te noemen. De bekende Spurgeon herinnert zich hoe hij als klein kind zijn moeder hoorde bidden om zijn bekering.

Ook mogen we denken aan Matthew Henry. Hij spreekt zijn kinderen, die rondom zijn sterfbed staan, heel ernstig en indringend aan.

Opvallend is het hoe juist in deze voorbeelden de moeders zo’n belangrijke plaats hebben. Hun eerste roeping ligt in het gezin bij de opvoeding van de kinderen. De Heere wil blijkbaar moeders op die belangrijke plaats tot rijke zegen stellen, maar de huisgodsdienst is niet alleen een roeping voor de moeders. Ook de vaders worden hierin ten nauwste betrokken.

Maar wat wordt eigenlijk verstaan onder huisgodsdienst?

Het gaat niet direct om het dienen van de Heere in persoonlijk opzicht, maar om het dienen van de Heere in gezinsverband. Concreet betekent dat dat de vader van het gezin bij elke maaltijd hardop voorgaat in gebed, een gedeelte uit de Bijbel leest en ook met dankgebed de maaltijd beëindigt. Maar daarnaast ook om elke dag op een bepaalde tijd als gezin te spreken over het Woord van God, vragen over dat gedeelte te stellen aan onze kinderen, samen te zingen en ook samen te bidden, waarbij noden en zorgen van gezin, familie, kerk en land aan de Heere voorgelegd mogen worden, zodat we werkelijk een “kerkje binnen de kerk” mogen zijn.

Het is een bijbelse roeping voor elk gezin en dan niet alleen een gezin met kinderen, maar vanaf de eerste dag van het huwelijk vormen man en vrouw samen al een gezin.

De grond voor deze roeping vinden we in de woorden van Deut. 6 : 4 – 7 en aan de opdracht van Psalm 78 : 4 – 7.

De Heere wil blijkbaar dat onvolmaakte, zondige gezinnen een zwakke weerspiegeling zullen zijn van het heilige en hemelse gezin van de Drie-eenheid.

Adam en Eva zijn door God geschapen om samen het ene beeld van God te vormen.

Door de zondeval is dit oorspronkelijke gezin vernietigd, maar God herstelt het door Zijn herscheppende genade op grond van Christus’ werk door de kracht van Zijn Geest.

Het is wel van belang welk beeld wij van onze kinderen hebben. Hoe zien wij hen in het licht van de Bijbel?

In de eerste plaats als kinderen van Adam, die in zonde ontvangen en geboren zijn en die daarom niet in Gods koninkrijk kunnen komen, tenzij ze wedergeboren worden.

In de tweede plaats zien we hen als kinderen van Gods genadeverbond, die mogen leven onder de bediening van dat genadeverbond. Daarin belooft de Heere in Christus hun God te willen zijn en die belofte betekent en verzegelt hij aan hen in het sacrament van de Heilige Doop. Hij belooft onder ede: “Ik ben machtig en gewillig om u te redden van de eeuwige dood”.

Maar Hij eist in dat genadeverbond ook van hen geloof in Christus en bekering tot God, met de bedreiging dat een ieder die ongehoorzaam is aan deze eis eenmaal zal worden getroffen door de wraak van Zijn verbond.

Daarom zien wij in de derde plaats onze kinderen ook als kinderen voor wie het levensnoodzakelijk is dat zij in de weg van geloof en bekering de aangeboden weldaden van Gods genadeverbond leren omhelzen.

De beloften van Zijn genadeverbond zijn door Hem gegeven als een machtige pleitgrond. Tegelijk onderstreept de eis wel de noodzaak van persoonlijk geloof en bekering voor elk verbondskind. We hebben onze kinderen te wijzen op de noodzaak en op de mogelijkheid van persoonlijke wedergeboorte, geloof in Christus en bekering tot God.

We hebben Gods Woord evenwichtig door te geven. Met ernst met hen te spreken over onze diepe zondeval, over onze natuurlijke vijandschap en verlorenheid en over de absolute noodzaak van wedergeboorte uit God! Maar laten we ook met hartelijke liefde en aandrang spreken over de onuitsprekelijke liefde van Christus. Over Zijn gewilligheid als Zaligmaker en Zijn welmenende nodiging.

Laten we Zijn liefdedienst aanwijzen en aanprijzen, zodat onze kinderen in ons leven én in onze woorden zullen proeven hoe goed Zijn dienst is.

Daartoe is het nodig dat we als ouder ook zelf Gods genade in Christus kennen omdat we allen persoonlijk op reis zijn naar Gods rechterstoel. Hoe zouden we onze kinderen in de vreze des Heeren kunnen opvoeden zonder zelf Gods genade te kennen? Dat is onmogelijk.

Maar ontbreekt het wonder van Gods genade in ons persoonlijk leven, dan is dat echter nooit een geldige reden om dan de huisgodsdienst maar achterwege te laten. Het is wel een zeer belangrijke reden om persoonlijk te vluchten tot Gods genadetroon.

Na de Bijbelse noodzaak van de huisgodsdienst in het gezin is er de praktijk.

Het verdient aanbeveling om alle gezinsleden te laten meelezen in een eigen Bijbel. Zo ontstaat er betrokkenheid. Moeilijke begrippen en woorden moeten uitgelegd worden, zodat de betekenis ervan begrepen wordt. Een Bijbel met Kanttekeningen is goed bruikbaar evenals een Bijbels woordenboek of een eenvoudig commentaar. Ook een goed dagboek is een prima hulpmiddel.

Ook het zingen is een wezenlijk aspect. Gods Woord roept ons ertoe op. Daarbij mogen we putten uit de goudmijn van de Psalmen, want die getuigen van een diepe, levende, bevindelijke en Schriftuurlijke vroomheid (J.R. Beeke, Aangaande mij en mijn huis. P. 118).

Om het zingen te bevorderen is het goed om kinderen te stimuleren een muziekinstrument te leren bespelen. Dat is, naast het stichtelijke element, ook samenbindend binnen het gezin, terwijl het onze jongeren mogelijk bewaart voor het zoeken en beluisteren van muziek, die haaks staat op Gods Woord.

Het spreekt voor zich dat het gebed een onmisbaar onderdeel van de huisgodsdienst is. Bij de Bijbelse roeping om priester in ons huisgezin te zijn is het van belang dat de man of vader hardop voorgaat in het gebed. Waar dat niet gebeurt, leert een kind dus ook niet te bidden. Is er de schroom om dat te doen, dan kunnen we een formuliergebed bidden.

In een vrij gebed kunnen we de Heere danken voor de ontvangen zegeningen en mogen we alle zorgen en noden aan de Heere voorleggen, waarbij we ook denken aan zieken, ambtsdragers, predikanten, aan zorgen en noden in ons land, aan hulpbehoevenden in de wereld, zodat onze kinderen ook van jongsaf leren om ook deze dingen bij de Heere te brengen.

Een gesprek over het gelezen Woord is de verbinding tussen Schriftlezing, zingen en gebed.

Dat persoonlijke gesprek kan verschillend ingevuld worden. We kunnen vragen stellen over het gelezen Bijbelgedeelte.

Het is belangrijk om zo vroeg mogelijk te beginnen met het praktiseren van de huisgodsdienst en het vol te houden. Ook in het pastoraat en de prediking dient dit onderwerp regelmatig positief aan de orde te komen. Om op een natuurlijke manier invulling aan de huisgodsdienst te geven is het belangrijk om als compleet gezin samen te zijn. Het moment van Bijbellezen na het eten en het dankgebed kunnen we dan gebruiken om de huisgodsdienst uitvoerig gestalte te geven.

Nodig is vooral dat we de tijd er voor nemen en alle stoorzenders uit te schakelen.

We dienen het bij voorkeur ook eenvoudig te houden, zodat ook de kleinsten er iets van begrijpen.

De praktijk van de huisgodsdienst staat in het perspectief van de eeuwigheid en dat besef geeft aan de boodschap van Gods Woord een diepe ernst. We zijn medeverantwoordelijk voor het zieleheil van onze kinderen. De woorden van de wachter in Ezech. 3 : 16 – 21 zijn ook van toepassing op de huisgodsdienst.

Tegelijkertijd mag dit perspectief moed en hoop geven.

De grond voor deze moed en hoop ligt niet in ons, maar alleen in de levende God. Hij heeft op talloze plaatsen in Zijn Woord beloofd dat Hij de huisgodsdienst wil gebruiken om zielen van kinderen in te winnen voor de heerlijke liefdedienst van Koning Jezus.

Deze belofte van de Koning der Kerk bewaart ons om in een geesteloos activisme te vervallen. Maar we mogen in afhankelijkheid van Hem en in biddend opzien tot Hem het evangelie van Gods genade doorgeven in de troostvolle wetenschap, dat de Heere van de oogst Zelf de wasdom geeft door Zijn Geest. Zo moge dan duidelijk zijn dat onze hulp en verwachting alleen van Hem mag zijn, want het zaad zal Hem dienen; het zal den Heere aangeschreven worden tot in geslachten. Zij zullen aankomen en Zijn gerechtigheid verkondigen den volke dat geboren wordt, omdat Hij het gedaan heeft (Ps. 22 : 31 – 32).

Hierna zingen we Psalm 78 : 3 en 4, terwijl er gecollecteerd wordt.

Na de pauze zingen we Psalm 72 : 3, waarna ds. Kater enkele vragen beantwoordt, nl.

Als in het gezin de man moeite heeft met het in het openbaar bidden en de vrouw doet dat dan, neemt dan de vrouw een verkeerde plaats in?

Ds. Kater antwoordt dat het beter is dat de vrouw het doet, dan dat het helemaal niet gedaan wordt. Toch, de man is priester in het gezin. Bijbels gezien is het zijn taak! Misschien kan hij beginnen met een formuliergebed.

Bij afwezigheid van de man, mag de vrouw het doen.

Een andere vraag is of het alleen met de puberteit te maken heeft dat zoveel jongeren niet meezingen.

Ds. Kater merkt op dat het een groepsmentaliteit kan zijn. Ook heeft het z.i. te maken met de leeftijdsfase. Hebben ze echter van jongsafaan geleerd te zingen, dan doen ze vaak wel mee.

Er werd nog een opmerking gemaakt over het aanleren van Bijbelteksten in de huisgodsdienst.

Ds. Kater attendeert nog op een boekje van ds. Golverdingen, getiteld: “Opdat onze kinderen het weten”.

Hoe moeten we omgaan met het laten voorgaan aan tafel door een kind?

Ds. Kater wijst er op dat het wel eerbiedig moet zijn en dat de kinderen wel een bepaalde leeftijd moeten hebben. Komt er in het gebed iets aan de orde, wat niet mag en kan, dat moeten we daarover spreken en dat uitleggen.

Een kind ontwikkelt zo echter wel vrijmoedigheid.

We moeten de kinderen ook een persoonlijk gebed leren, bijvoorbeeld bij het gaan slapen en ontwaken.

Ook moeten we aan kinderen uitleggen wat een stil gebed is.

Mevr. Mostert declameert hierna het gedicht: “Troffel en zwaard”.

Aan het einde van deze avond merkt de presidente op dat we dankbaar mogen zijn dat we het Woord nog mogen horen en dat we allen huiswerk meegekregen hebben.

Ze bedankt de kerkelijke gemeente voor het mogen gebruiken van het gebouw, de koster, de organiste mevr. Schra.

Ook bedankt ze ds. Kater voor zijn referaat en ze wenst hem en zijn gezin Gods onmisbare zegen toe in het afscheid nemen van de gemeente Rouveen en het toegroeien naar de gemeente Waarder.

Ze maakt de opbrengst van de collecte bekend, namelijk 463.27 euro

Tot slot zingen we nog Psalm 72 : 9 en 11, waarna ds. Kater deze avond met dankgebed besluit.

Hierna wenst hij allen een goede reis en Gods Zegen voor een ieder persoonlijk en voor het verenigingswerk.

R.M. Heldoorn-Heldoorn, regiosecr.

  • © hersteld hervormde kerk 2017

Ontwerp en realisatie: