vrouwenbond

Meer over Regio's

Verslag regiobijeenkomst

 
Regiobestuur  van de Hersteld Hervormde vrouwenverenigingen van de classis Noord-Veluwe

Epe, september 2017

Betreft: uitnodiging regiobijeenkomst

Geachte vereniging,

Hierbij nodigt het regiobestuur u uit voor een ontmoetingsmorgen op D.V. 9 november 2017 om 9.30 uur in Het Kerkgebouw van de hersteld hervormde gemeente, Vierhouterweg 45, 8075 BG  Elspeet.

Dominee S.T.  Lagendijk uit Zwartebroek-Terschuur zal een lezing houden over het onderwerp: Onze houding ten opzichte van de Islam.

Er zijn in ons land zo'n 850.000 moslims. Wat geloven zij? En wat moet in Bijbels licht onze houding ten opzichte van hen zijn? In de lezing wil  ds. Lagendijk stilstaan bij de geschiedenis van de Islam, het geloof van moslims en de vraag hoe wij moslims moeten zien en met hen om moeten gaan ten opzichte van de Islam.

Indeling ochtend:

 9.00 uur: Ontvangst met koffie en thee

 9.30 uur: Welkomstwoord door mw. A. van Ark- van der Steeg

 9.40 uur: Opening , gebed en schriftlezing Romeinen 3 door ds. S.T. Lagendijk, met aansluitend een lezing over: Onze houding ten opzichte van de Islam

10.30 uur: Collecte  project Hersteld Hervormd Seminarium

10.30 uur: Pauze met koffie en thee

11.00 uur: Gelegenheid tot het stellen van vragen

11.25 uur: Gedicht

11.30 uur: Collecte kosten van de regiomorgen

11.30 uur: Sluiting van de bijeenkomst.

Als regiobestuur stellen wij het op prijs dat u voor D.V. 7 november 2016 doorgeeft met hoeveel dames u de regio ochtend hoopt bij te wonen.

Dit kunt u doorgeven aan de secretaresse van de regio: mw. J. Beeke-Groenendijk

Met vriendelijke groet,

Mw. J. Beeke-Groenendijk

Secretaresse regiobestuur

Eperweg 29

8162 RZ Epe

mbeeke@solcon.nl

 
 
 
Verslag regiobijeenkomst Hersteld Hervormde Vrouwenverenigingen van de regio Noord Veluwe gehouden op 18 april 2017 in Elspeet
 
De presidente mw. Van Ark heet ieder van harte welkom.
Ds. N van der Want opent de bijeenkomst met het zingen van Psalm25:2 gaat voor in het gebed en leest Psalm 25
Ds. N van der Want hield een referaat met als thema: Gods Leiding in ons leven.
Ds. Van der Want begon zijn lezing met een voorbeeld van een jonge piloot die in de mist vloog en zijn vliegtuig veilig aan de grond moest zetten. In Psalm 25 komt het onderwerp van de lezing uitvoerig ter sprake zoals bijvoorbeeld in vers 4: Heere, maak mij Uw wegen bekend als David in de problemen is geraakt. Ook in vers 16 en 17 geeft David aan: ik ben eenzaam en de benauwdheden mijns harten hebben zich wijd uitgestrekt. David ziet ook niet altijd Gods leiding in zijn leven. De oorzaak is dat er problemen met mensen zijn, zijn vertrouwen is geschaad als mensen afspraken niet na komen, dat er vijanden zijn. David is een beschadigd mens, die het moeilijk heeft. David heeft behoefte aan contact met anderen maar bovenal met de Heere. David gaat naar zichzelf kijken. Zijn zonde van zijn jeugd ziet hij ook en zijn herkenbaar.
Ook in ons leven kunnen omstandigheden zijn die ons overkomen door de zonde in ons leven. Wij zien ook niet altijd Gods leiding in ons leven. Als wij bewust van het rechte pad zijn afgeweken, dan kunnen we in diverse zonden leven. Dan is Gods leiding niet te zien of willen wij die niet zien. Dat kan door bepaalde zonden komen. Dan moeten we open kaart spelen naar God toe en onze zonden belijden. Contact zoeken naar God door het gebed. David heft ook zijn ziel naar de Heere op. Als we onze pijn en zorgen mogen delen met de Heere, mag dit bevrijdend werken. In vers 8 van Psalm 25 staat dat de Heere de zachtmoedigen wil leiden en Zijn weg wil leren. Wij mogen niet twijfelen aan de Heere. Wij willen wel dat God bij ons is, maar willen wij dat echt? Dan moeten we vragen naar Gods weg in ons leven net als David. Wij moeten geloven dat God alles bestuurt in ons leven. Gelooft u dat God uw leven leidt? Hoe zit het met onze eigen verantwoordelijkheden? Hoe weet ik dat ik de juiste leuze maakt? Ons leven stroomt over van keuzes die wij maken. Keuzes waar je niet zomaar ja of nee op kunt zeggen. We worden allemaal voor keuzes geplaatst. In de Bijbel komen meer personen tegen waar we duidelijk Gods leiding in hun leven zien zoals bij Jozef en Mozes. Beiden hadden een lange voorbereidingsweg naar de taak die God voor hen had. In Spreuken 3:6 waar staat: Ken Hem in al uw wegen. Wij moeten de Heere in al onze keuzes betrekken, vertrouwen en volgen en advies vragen. Als wij onze geweten proberen zuiver te houden, maakt Hij Zijn beloften waar.  Gods wil is hier belangrijk bij. De Heere heeft een besloten wil, dit betekent: wat er gaat gebeuren, mogen wij niet dwarsbomen. Gods bevelende wil, dit is wat God geboden heeft, hoe de dingen moeten zijn. En de richtinggevende wil, dat is wat Gods speciale plan is met ons leven.
Onze eigen wil voert vaak de boventoon. Maar we moeten toegeven aan Gods wil. Onze wil compleet onderschikken aan Gods wil. Bij het nemen van een beslissing God centraal te stellen. Hoe kunnen wij Gods wil ontdekken? 1. Door Zijn Woord, de Heilige Geest werkt door Zijn Woord, bijvoorbeeld door een preek, tekst of een psalm. 2. Gebed. De Heere vragen om Zijn Woord te begrijpen, afhankelijkheid vragen. 3. Als niet alles duidelijk is, vraag aan een ander om raad om inzicht. In Spreuken staat dat die raad vraagt, is wijs. 4. De omstandigheden. De Heere kan bepaalde omstandigheden gebruiken om je dichter tot Hem te brengen. 5. Neem de tijd, wacht rustig af. 6. Eerlijk en kritisch naar jezelf kijken, vraag je af waarom wil ik iets, wees gewetensvol bezig.
God vraagt van ons 2 dingen. Vertrouwen en gehoorzaamheid.  Zondag 10 van de Heidelberger Catechismus leert ons, dat God alles in Zijn Hand houdt. Niets glipt de Heere uit de hand. Een Hand die ons ziet en een Hart wat voor ons openstaat. Dit vraagt kinderlijke eenvoudigheid. Het vraagt ons dat wij wegen bewandelen die de Heere behagen. Ook als het anders is dan we onszelf hadden voorgesteld. Het eens worden met de Heere. In Romeinen 8 vers 28 staat: En wij weten, dat degenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk degenen, die naar zijn voornemen geroepen zijn. In geloof mag je zeggen dat alle dingen gebeuren ten goede. Gods Doel is ons leven naar Hem toe te leiden. God de Vader is het Die ons leven leidt.
Wat de toekomst brenge moge,
Mij geleidt des Heeren Hand.
Vader wat Gij doet is goed.
Hierna wordt Psalm 143:10 gezongen. Tijdens het zingen wordt een collecte gehouden voor de Zending van de Hersteld Hervormde kerk. Deze collecte brengt €348,50 op.
Er is een aantal vragen door ds. K van Olst beantwoord. Na het beantwoorden van de vragen zingen we psalm 73:12. Mw. Van  Vliet uit Barneveld las het gedicht: De goede keus. Tijdens het zingen werd gecollecteerd voor de kosten van deze bijeenkomst. Deze collecte bracht € 198,45 op.
Mw. Van Ark bedankt ds. N. van der Want voor de gehouden lezing. Ook bedankt mw. Van Ark mw. Van Renselaar voor het bespelen  van het orgel de afgelopen jaren. Er wordt een oproep gedaan voor een nieuwe orgelist. Ds. N van der Want sluit de bijeenkomst met gebed.
J. Beeke-Groenendijk, secretaresse
 
 
Lezing ds. M. van Reenen
( Deze lezing is voorgelezen op de regiobijeenkomst van d.d. 10 november 2016 tijdens de regiobijeenkomst van de Hersteld Hervormde vrouwenverenigingen regio Noord Veluwe)

Onze kinderen kwijtraken
Over onze kerkverlating en Gods kerkbewaring
Schriftlezing:  Matth. 24:4-14
 Luk. 15:11-24
Zingen: Psalm 78:4
 Psalm 89:14
Wat een teer en kwetsbaar onderwerp is dit: kerkverlating. Omdat velen van ons er persoonlijk mee te maken hebben. Omdat dit één van de verdrietigste dingen is die je mee kunt maken. Omdat dit het voortbestaan van de kerk zo diep raakt. Een teer en kwetsbaar onderwerp. Maar toch, toen de secretaresse van het regiobestuur me een aantal opties voor een onderwerp voor deze lezing aanreikte, sprong dit onderwerp er voor mij wel uit. De teerheid van het onderwerp was geen reden om het maar te laten liggen. Eerder om het juist op te pakken. Niet omdat ik dit zo goed behandelen kan, maar wel juist omdat het thema zo velen van ons raakt. Het is vanmorgen geen theorie. We komen bij een praktijk die we allen kennen, die we ook allen voelen – maar waar we soms ook al te gauw met een boog omheen lopen. Ik hoop dat ik toch, in alle voorzichtigheid, vanmorgen deze wond niet maar laat zitten, maar er een klein beetje zorg aan kan geven. Opdat het mag bijdragen aan een stukje genezing van wonden die misschien wel in uw ziel geslagen zijn, en ook aan de wond die in de kerk geslagen is. Hoewel we weten, dat de genezing zelf alleen door de grote Heelmeester kan geschieden. En dat de volle genezing weggelegd is voor de kerk hierboven.
Daarom nu: kerkverlating. Ik wil eerst aangeven wat het inhoudt. Vervolgens wijs ik enkele oorzaken aan. Ten slotte – en dat is het belangrijkste – wil ik met u bespreken hoe we hier op een goede manier mee om kunnen gaan.
Wat is kerkverlating?
Het lijkt zo eenvoudig om te zeggen wat kerkverlating is: mensen – of het nu jongeren zijn of volwassenen – die vroeger wel maar nu niet meer naar de kerk gaan. Maar is er ook sprake van kerkverlating als ze naar een ándere kerk gaan? Niemand van u zal – denk ik – zeggen dat uw kind de kerk verlaten heeft als hij tegenwoordig kerkt in de Gereformeerde Gemeenten. Maar als ze lid geworden zijn van een ‘lichte’ PKN-gemeente? Sommigen zeggen dan: ‘ach, ze gaan in elk geval nog’, maar voor anderen roept het bijna even verdrietige gevoelens op als bij dat andere kind dat helemaal niet meer gaat… En trouwens… wat als uw kind ‘netjes’ Hersteld Hervormd getrouwd is, maar zachtjesaan steeds minder in de kerk te zien is? Of als ze samen nog wel twee keer per zondag naar de kerk gaan, maar je merkt dat ze in het leven van alledag heel andere keuzes maken dan ze van huis uit hebben meegekregen?
U voelt wel aan: het is een vloeiend gebied, waarin je allerlei verschillende maten van kerkverlating kunt onderscheiden. En waarbij we zelfs soms moeten zeggen, dat we iets ervaren als kerkverlating terwijl dat het niet is – omdat die kerk met een andere naam toch écht een kerk is. Terwijl we aan de andere kant soms iets niet zo als kerkverlating voelen, terwijl dat proces wel al lang gaande is – omdat het hart er al lang niet meer in meekomt. Het is dus een vloeiend gebied. Het uiterste hierbij is, als iemand niet alleen de kerkgang, niet alleen het kerklidmaatschap, maar zelfs het geloof in God vaarwel zegt. In allerlei andere situaties gaat het niet zó ver, terwijl je toch moet zeggen, dat het wel die richting op gaat. Kerkverlating houdt dus eigenlijk in, dat de kerk – beter gezegd: God en Zijn Woord – steeds minder vat op mensen heeft. Bekend is het voorbeeld: de overgrootouders gingen twee keer per zondag naar de kerk, de grootouders nog één keer, de ouders gaan niet meer, maar lezen nog wel voor uit de kinderbijbel – en de kinderen…? Die groeien op zonder kerk, en weten hun kinderen straks niets meer mee te geven over God en Zijn Woord, over geloof en bekering, over hemel en hel. De kerkverlating begon dus al veel eerder dan bij die jongste generatie…

Wat is de oorzaak van kerkverlating?
Kerkverlating. Als we er onze overgrootouders naar zouden vragen, dan zouden de meesten dat alleen kennen van afstand: ‘Ja, ik heb wel eens gehoord van iemand die echt van de kerk af is.’ Maar zo ver als het voor velen toen weg was, zo dichtbij komt het voor ons. Kinderen, kleinkinderen, broers of zussen. Het is de achterliggende ruwweg 60 jaar als een golf over ons land gespoeld. Eerst nog verder weg, maar nu zéker ook op de Veluwe. Hoe komt dat toch?
We willen misschien wel graag een precieze oorzaak aanwijzen, maar moeten we daar eigenlijk wel beginnen? We kunnen er niet omheen, dat we hier te maken hebben met Gods soevereiniteit. Hij is er vrij in om in het ene land krachtig te werken en in het andere land Zich terug te trekken; om in het ene gezin alle kinderen te bekeren en in het andere gezin de één na de ander los te laten. Denk aan het verschil tussen Jakob en Ezau. Waarom verliet de ene de ‘kerk’, en de ander niet? ‘Opdat het voornemen Gods, dat naar de verkiezing is, vast bleve’ (Rom. 9:11). We zien dat ook heel duidelijk bij de koningen van Juda. Telkens volgde er op een godvrezende koning een goddeloze koning – en andersom: Jotham (godvrezend) – Achaz (goddeloos) – Hizkia (godvrezend) – Manasse (goddeloos, maar tot bekering gekomen) – Amon (goddeloos) – Josia (godvrezend) – Joahaz (goddeloos). God is er vrij in.
Is God hierin dan grillig? Nee, hier ligt ook de lijn in van Zijn raad, van Zijn wereldbestuur. Daarom heb ik ook gelezen uit Mattheüs 24. Daar gaat het over de verleidingen, de ongerechtigheid en de liefdeloosheid die zullen toenemen naarmate het einde nadert. Zo bereidt God deze wereld voor op haar veroordeling. Dat laat ons nóg iets zien van Gods werkwijze. We hebben hier niet alleen maar te maken met Zijn verkiezing en met Zijn raad, maar ook met Zijn oordeel. De kerkverlating spreekt van het oordeel van een God Die Zich terugtrekt en mensen laat in het ongeloof waarin zij zichzelf gebracht hebben. Waar Hij landen, volken, kerken en gezinnen zou hebben kunnen bezoeken met Zijn wonderbaarlijke, onverdiende, reddende genade, heeft Hij besloten om op vele plaatsen in onze westerse maatschappijen te geven wat wij verdienen. ‘De oordelen hangen laag’, zeggen we wel eens. Ja, dat is ook zo, en laten we daar opmerkzaam op zijn. Laten we dan alleen niet vergeten, dat die oordelen niet éérst tot uitdrukking komen in abortus en euthanasie en de droevige gevolgen daarvan, maar éérst in de lege kerkbanken en in de lege, ongelovige harten.
Maar dat roept wel de vraag op: waarover gaat Gods oordeel dan? Is het alleen maar zo dat Hij besloten heeft om nu anders te handelen dan vroeger, toen de kerken vol zaten? Dat Hij toen genadig was en nu alleen nog maar oordelend. Nee, want dan zou Hij onbetrouwbaar zijn. Het is eerlijk, om ook te kijken wat er bij ons is wat Hem reden geeft om Zich terug te trekken.
Nu is het waar, dat er in ons ten diepste altijd álles aanwezig is wat nodig is om te leiden tot kerkverlating. De kerkverlating is ten diepste een gevolg van de godsverlating door Adam en Eva. Ons hart is afkerig van God. Het is in dat licht verbazingwekkender dat er nog mensen naar de kerk gaan dan dat de kerken leeglopen… Daarbij komt de duivel – die in het paradijs al Adam en zijn vrouw ophitste tegen God, en die al die duizenden jaren door alleen maar méér ervaring heeft opgebouwd in het verdacht maken van Hem. En dan is er nog de wereld, de derde doodsvijand. Sinds de zondeval heerst in deze wereld altijd de ‘geest dezer eeuw’. We hebben het wel eens over de ‘tijdgeest’. Nu, die is nog nóóit gericht geweest op het dienen van God ‘in geest en waarheid’. Maar er zijn in onze tijd wel bijzondere oorzaken aan te wijzen waardoor we nog méér van God afgetrokken worden dan in vroeger jaren.
Ik wil daar maar kort iets over zeggen. De belangrijkste oorzaken liggen, denk ik, in de toegenomen welvaart en wetenschap. Dat zou op zich niet hoeven; er zijn bijvoorbeeld alle eeuwen door ook veel christelijke wetenschappers geweest. Maar toch, de toename van de wetenschap heeft in veel gevallen wel geleid tot een toegenomen idee dat we God niet nodig hebben; we kunnen Hem wel wegredeneren. En ook de rijkdom heeft daartoe geleid. Als je van alles voorzien bent, hoe zou je dan nog je afhankelijkheid van God hoeven te beleven? Het is niet zómaar, dat de Heere Jezus juist dit beschrijft in de gelijkenis van de verloren zoon. Hoe komt hij op het idee om thuis weg te gaan? Omdat hij de mogelijkheid ziet om rijk te worden. Als hij zijn deel van het geld van zijn vader maar heeft, dan heeft hij zijn vader zelf niet meer nodig. En daarna? Daarna leeft hij vrolijk en prachtig. En wat is dat herkenbaar in onze tijd. De toegenomen welvaart heeft er uiteindelijk toe geleid, dat er veel meer tijd en geld over is voor vermaak, amusement. En de voortgang van de techniek heeft apparaten opgeleverd, die dit alles vlakbij brengen: tv, video, pc, smartphone. Ik ben er diep van overtuigd, dat in onze tijd de grootste oorzaak van het verdwijnen van het godsbesef uit vele harten – van jong en oud – ligt bij de ontzettende invloed die wij aan de media gunnen om onze tijd en onze gedachten te vullen.
Hieraan zien we al, dat we de schuld van de kerkverlating niet op ‘de wereld’ kunnen schuiven. De oorzaken liggen heel dichtbij, bij ons eigen hart, bij onze eigen levenspraktijk, bij de manier waarop wij zelf met die wereld om gaan. En dan kom ik misschien nóg iets dichterbij. In elk geval wordt het hier nog gevoeliger. Een belangrijke oorzaak van de kerkverlating van jongeren ligt óók bij ons, volwassenen, ouderen, bejaarden. Ik doel daarbij in het bijzonder op de opvoeding.
Dit is een heel teer punt. In veel van de gesprekken met oudere gemeenteleden komt wel aan de orde de nood van kinderen of kleinkinderen die een andere weg zijn gegaan. En best wel eens klonk daarbij ook de verzuchting: ‘wat hebben we in de opvoeding eigenlijk verkeerd gedaan?’ Aan de andere kant, best vaak werd dit punt ook niet aangeraakt. Omdat het dan te pijnlijk werd. Omdat bij het eerlijk open leggen van eigen schuld misschien wel het gevoel ontstaat, dat het dan helemáál niet meer te herstellen is. Immers, áls je maar kunt zeggen dat je de kinderen een goede opvoeding hebt gegeven, dan hoeven die kinderen zich alleen maar hun opvoeding te herinneren, en ze zullen tot bezinning komen. Zoals de zoon, die plotseling bedenkt dat de knechten van zijn vader het beter hebben dan hij. En zoals Israël, dat zegt: ‘Ik zal henengaan, en keren weder tot mijn vorigen Man, want toen was mij beter dan nu’ (Hos. 2:6). Zo hopen wij, dat onze kinderen zullen bedenken hoe goed de opvoeding eigenlijk was. Dus daarom wordt het hoofdstuk ‘schuld’ maar toegedekt. Ja, ik maak het zelfs best wel eens mee, dat het zo uitgesproken wordt: ‘We hebben ze toch een goede opvoeding gegeven: we lazen uit de Bijbel, we stuurden ze naar catechisatie en naar een christelijke school…’
Toch probeer ik dan voorzichtig dóór te vragen, en dat wil ik nu ook doen. Of die dingen dan echt genoeg waren. En of de opvoeding misschien te gemakkelijk is ‘uitbesteed’ aan kerk en school. En of er misschien achteraf niet te veel vrijheid is geweest, of juist een te harde hand. En de diepste vraag van allemaal: was onze opvoeding er op gericht hen ‘aan moeders hand tot Jezus’ te leiden? Hebben wij de kinderen opgevoed vanuit de vreze des Heeren, waren we een levend voorbeeld, hebben we niet alleen voor hen maar ook met hen gebeden, verlangden we voor alles dat zij Gods kind zouden zijn? Nee, dit alles is geen garantie voor een geslaagde opvoeding, laat staan voor bekeerde kinderen. Kijk maar naar de kinderen van Samuël. Een godvrezende vader, die de zonde strafte – en die toch zoons hadden die oneerlijk waren. Maar aan de andere kant laat de Bijbel ook heel duidelijk zien, dat de opvoeding vaak mede-oorzaak was van de goddeloosheid van het nageslacht. Denk maar aan Eli, die zijn zoons niet eens zuur aanzag. Of aan David en Salomo, die zo veel vrouwen hadden dat zij geen tijd hadden om hun kinderen op te voeden. U weet vast wel voorbeelden van gezinnen waar de kinderen slecht werden opgevoed terwijl ze toch redelijk terecht kwamen, of van keurige, godvrezende ouders, van wie sommige kinderen toch het verkeerde pad opgegaan zijn. Maar wij hoeven ons niet te vergelijken met anderen. Laten we eerlijk naar onszelf kijken, en de schuld zien die er lag of ligt in de opvoeding van het nageslacht. En als u zelf geen kinderen hebt gekregen, wie bent u dan geweest voor de jeugd van de gemeente? Was u een bidder, een richtingaanwijzer, een levend voorbeeld, en iemand met wie de jongeren durfden spreken?
Er zijn veel oorzaken aan te wijzen. Maar déze oorzaak moet ons allen het diepst raken, het meest verootmoedigen: wij zijn kennelijk als ouders, grootouders, gemeenteleden niet zó op onze plaats geweest, dat wij het opgroeiende geslacht wisten te bewaren voor de zuigkracht van de wereld.
Hoe gaan wij met kerkverlating om?
De vraag hoe we met kerkverlating omgaan, kent vele facetten. Velen hebben hierin een verantwoordelijkheid. Denk aan opinieleiders, ambtsdragers, jeugdleiders, leerkrachten. Maar ik wil me hier richten op u: moeders, grootmoeders, gemeenteleden. Daarbij wil ik beginnen bij dat wat we zojuist als laatste behandelden: onze schuld. Daarna wil ik wat praktische handreikingen doen.
Ik zei zojuist, dat het voor veel ouderen wel moeilijk is, om de opvoedingsschuld uit het verleden eerlijk onder ogen te zien. Het voelt ook veiliger om dat niet te hoeven doen, omdat kinderen eerder zullen terugverlangen naar een perfecte opvoeding dan naar een mislukte. Toch geloof ik, dat juist hier iets heel belangrijks ligt. Als wij met een boog om onze schuld heenlopen, dan blijven we aan de oppervlakte steken. Dat geldt in de persoonlijke bekering tot God, maar hierin evenzeer. Probeer eerlijk te overwegen waar nu écht de schuld ligt. Waarbij de eerste vraag is: was ik een kind van God, gaf ik iets van de liefde van Christus door? Maar ook heel concreet: welke verkeerde maatregelen heb ik genomen? Had ik mijn kinderen niet op voetbal moeten laten gaan, niet achter de pc spelletjes moeten laten spelen, meer met hen moeten zingen, enzovoorts? Waarom? Omdat dit de weg opent tot het belijden van schuld tegenover God. Omdat dit, als u nog kinderen thuis hebt, een aansporing kan zijn tot bekering van de manier van opvoeden. En ook… omdat zo de weg méér geopend wordt tot het spreken met de kinderen. Onlangs nog gaf ik het advies aan iemand die niet met zijn kinderen durfde spreken over de vraag waarom zij niet meer naar de kerk gingen: ‘Doe het maar vragenderwijs. Vraag hen maar waarin u fout geweest bent, wat zij gemist hebben.’ Dat is moeilijk, kwetsbaar – maar het kan misschien wel heel wat beter tot een gesprek leiden dan het opgeheven vingertje: ‘Denk er om dat je netjes naar de kerk blijft gaan’. Omdat we dan spreken vanuit de ootmoed. En dat is altijd de beste plek. Dus daarom: loop niet om de schuldvraag heen, maar begin daar juist. Tegenover uzelf, tegenover God en tegenover uw kinderen.
En dan, wat valt er nog meer te doen of te zeggen? Ik wil een paar handreikingen doen voor verschillende categorieën.
1. Kleine kinderen. Als u uw kinderen nog klein hebt – zoals dat ook voor mij geldt – in wat een kostbare periode van uw leven bevindt u zich dan! Vaak hoor je het advies: ‘Geniet er maar van, want eer je het weet zijn ze groot.’ Ik zou dat advies graag verdiept willen zien. Koop de tijd uit. Wees zuinig op de mogelijkheid die u ontvangt om opvoeder van uw kind te zijn. Ga niet mee in de trend om deeltijd-moeder te zijn. Laat de opvoeding niet over in de handen van de media. U hoeft niet wereldvreemd te zijn – maar als er ooit een tijd geweest is waarin het nodig was om kinderen innerlijk weerbaar te maken tegen de wereld, dan is die tijd er nu. Zij hoeven niet vooraan te staan, zij moeten Christus leren kennen. Ik weet het wel, wij kunnen kerkverlating niet voorkomen, dat is Gods werk. Maar leef wel in het diepe besef, dat het enige wat de kinderen echt nodig hebben niet is een eigen kamer, populariteit onder vrienden of een hoge opleiding, maar de vreze des Heeren.
2. Tegendraadse pubers. Het lijkt er wel eens op, dat alles in de opvoeding u bij de handen is afgeknapt. Maar vergeet niet: nu bent u nog de aangewezen persoon tot het opvoeden van uw kinderen. Er zijn ontzettend veel moeilijke problemen, waarop ik nu niet in kan gaan. Maar blijf bedenken, dat u nu nog degene bent die door de Heere over deze kinderen is gesteld. Bijna altijd zullen ook uw pubers dat zelf wel beseffen. Best vaak blijken zij zich meer aan te trekken van grenzen die ouders trekken dan u als moeder zelf denkt. Dus wees duidelijk. En wees vooral beschikbaar. Sommige moeders gaan buitenshuis werken als de kinderen op de middelbare school zitten, omdat zij zichzelf dan wel redden kunnen. Het gevaar bestaat echter, dat daardoor het huis aan warmte verliest, zodat kinderen eerder op vrienden aantrekken. O, laat thuis een warm thuis zijn, zodat u tijd hebt om hun zorgen aan te horen en uw eigen zorgen en verlangens met hen te delen.
3. Onkerkelijke (klein)kinderen. Uw kind is het huis uit. Misschien nog wel kerkelijk getrouwd, misschien niet, maar in elk geval: op een gegeven moment is het met de kerkgang afgelopen. Of het gaat nog wel te hooi en te gras naar de kerk, maar dan een kerk waar nauwelijks nog het Woord klinkt. Uw opvoeden is voorbij, de kinderen zijn nu inderdaad zelf verantwoordelijk. Al moet u niet vergeten uw verantwoordelijkheid uit het verleden, uw schuld. En – u blijft uw kinderen hartelijk liefhebben, toch? En vanuit die liefde mag en móét u met uw kinderen spreken. Misschien zijn we soms wel te bang dat ze dan niet meer willen komen. Inderdaad, u moet niet steeds weer hen geducht de waarheid zeggen – dát is een manier om hen weg te jagen. Maar kunt u hen dan zomaar laten gaan? Eli, de oude hogepriester – zijn zonen waren al getrouwd, en toch nam de Heere het hem zeer kwalijk dat hij zijn zoons nooit eens zuur aankeek. Wees liefdevol, maar ook eerlijk. Spreek hen dan niet aan in gezelschap, maar onder vier of zes ogen. Uw kinderen en kleinkinderen – hoe oud ze ook zijn, zij zijn de eersten die op uw weg geplaatst zijn: ‘redt hen die wankelen ter doding’. Overigens, ook hierin mag en moet u tijd en wijze weten. Laat kinderen en kleinkinderen altijd hartelijk welkom zijn, ook als er geen opening is om met hen wat dieper door te spreken.
4. Jongeren die de gemeente verlaten (hebben). Of we nu (groot)ouder zijn of niet, allemaal zijn we gemeentelid. En in iedere gemeente zijn ze er wel: jongvolwassenen die eerst nog in de kerkbank zaten, maar nu niet meer. Hebt u het in de gaten als ze weg zijn? Weet u of ze helemaal niet meer naar de kerk gaan of naar een andere kerk? Denkt u nog aan ze als ze al een jaar weg zijn? Durft u ze te vragen waar ze zijn, als u ze in de supermarkt tegenkomt? Dat geldt trouwens ook voor die jongeren die nog wél in de kerk komen. Wat doet belangstelling ze vaak goed. Zeker jongeren vinden het waardevol, te merken dat ze als persoon gezien worden, en niet alleen maar als ‘één van die lastige pubers’. Ik hoop dat u voelt, dat niet alleen de ouders, maar alle gemeenteleden zo hun verantwoordelijkheid hebben voor de jeugd van de gemeente.
Wat is nu in al deze gevallen de rode draad? Heb een open hart voor het welzijn van de jeugd of hen die afgedwaald zijn. Een open hart, zoals de vader in de gelijkenis van de verloren zoon. O, wat zag hij naar zijn zoon uit! Verwijten stonden niet voorop, maar liefde. Is er dan voor een eerlijk gesprek over goddeloosheid geen plaats meer? Ja, zeker wel. Maar dat is niet de grondtoon. De liefde voor- en bovenaan. Kent u die? Niet uit uzelf, nooit genoeg in uzelf. De liefde is uit God: ‘wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad’. U weet het wel: de vader in de gelijkenis staat symbool voor God. Hij heeft werkelijk een open hart voor het verlorene. Ook voor jongeren of ouderen die de kerk en God vaarwel hebben gezegd. Er is altijd een weg terug, in berouw en bekering.
Dat brengt me bij mijn twee laatste opmerkingen. Ziende op de grote ontferming van Vader, Zoon en Heilige Geest is er altijd verwachting. Hij Die in de doop heeft gesproken, Hij is nog steeds Dezelfde. Daarom is er echt grond om te bidden. Bidden lijkt voor sommigen van u misschien hopeloos. Het kan zijn, dat God sommige gebeden niet zó verhoort dat onze kinderen alsnog tot bekering komen. Maar er blijft reden en grond om te bidden. Niet alleen voor uw eigen kinderen of kleinkinderen maar voor heel de gemeente. Geen reden in ons, wel in Hem.
Want dat wil ik u als laatste meegeven. Soms kan het denken over kerkverlating ons verlammen. De kerken worden steeds leger, onze kinderen lijken onbereikbaar. Maar weet u waarmee de Schriftlezing uit Mattheüs 24 eindigde? ‘En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden’. De kerkverlating ligt besloten in Gods raad, maar de uitbreiding van Zijn Koninkrijk ook! Tot aan het einde van de wereld zal op vele plekken klinken: ‘Want deze mijn zoon was dood en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden.’ Er is verwachting, bij God vandaan.
J. Beeke-Groenendijk, secretaresse

 
 

 

Verslag regiobijeenkomst Hersteld Hervormde Vrouwenverenigingen van de regio Noord Veluwe gehouden op 12 april 2016 in Elspeet
 
De presidente mw. Van Ark heet ieder van harte welkom.
Ds. K. van Olst opent de bijeenkomst met het zingen van Psalm 119: 1en 10, gaat voor in het gebed en leest Genesis 47 vers 1 tot en met 12
Ds. K. van Olst hield een referaat met als thema: Leven als vreemdeling
In het Schriftgedeelte wat gelezen werd, ging het over Jakob. Jakob heeft veel in zijn leven meegemaakt en nu is hij in Egypte gekomen en hij ontmoet de Farao. De Farao vraagt aan Jakob: Hoe oud bent u? Dit is een oosterse wijze van begroeten om te vragen naar je leeftijd. Jakob geeft antwoord en geeft verslag over het aantal jaren en de inhoud van zijn leven. Jakob is hier honderddertig jaren oud. Jakob geeft aan dat de jaren zijner vreemdelingschappen weinig en kwaad zijn de dagen der jaren mijns levens geweest. Hij vindt zichzelf nog niet zo oud als hij dit vergelijkt met Abraham en Izak. Net als Jakob moeten wij sterven en daarna God ontmoeten. Wij moeten ook onze dagen leren tellen. Als vreemdeling hebben wij geen blijvende stad maar zijn we gericht op de toekomende stad. Bij de Heere is het uur van ons sterven bekend. Die tijd heeft God voor ons bepaald. Jakob belijdt hier dat de dagen van zijn leven kwaad zijn. Ook heeft Jakob vreugdevolle tijden gekend. Hij heeft veel kinderen mogen ontvangen en had hij veel vee. Maar Jakob kende ook diepe wegen door de gevolgen van de zonde. Hij had het eerstgeboorterecht van zijn broer gekocht, zijn oude vader Izak bedrogen, zodat hij uit zijn ouderlijke huis moest vertrekken. Hij vertrok naar Laban. Maar ook deze jaren waren vol bekommering. Twist tussen zijn vrouwen, Dina is onteerd, Jozef kwijtgeraakt. Daarom kan hij niet anders tegen Farao zeggen dat  hij een vreemdeling is geweest. Hij moest een onbegrijpelijke wegen gaan. Jakob had nergens een thuis, steeds trok hij rond. Hij mocht na vele omzwervingen een plek vinden in het land Gosen. Maar overal is hij een vreemdeling gebleven. De Heere vergat hem niet bij Bethel en Pniël. Daar mocht de Heere laten blijken dat Hij Jakob kende. Van nature zijn we geen vreemdeling en deze wereld is dan ons vaderland en leven we zonder God. Die weg kan voor de een met  fatsoen of met enige godsdienst doorlopen worden. Maar zonder bekering is deze wereld ons vaderland. Deze weg is vol moeite en verdriet.
Als we de Heere mogen kennen, leven we net als Jakob als vreemdeling hier op de aarde. Dit is het werk van God. Daardoor moest Gods Zoon de hemel verlaten om als Vreemdeling hier op aarde en plaats te bereiden voor degene die als vreemdelingen hier op aarde wonen. Christus heeft voor deze vreemdelingen geleden, gestorven en is begraven. De Heere kan ons vreemdeling maken. Zodat wij op aarde geen blijvende stad hebben, maar uitzien naar de toekomende stad. Zodat wij verborgen omgang met de Heere mogen hebben net zoals Henoch en David. Er moet een breuk komen met de zonde. Want de vorst der duisternis wil zijn prooi niet los laten. Ons verlangen moet zijn om in de wegen van de Heere te willen wandelen. Dus breken met de wereld. Zodat we leren bidden: Wendt wendt mij oog van de ijdelheden af.
Als vreemdeling kun je je ook heel eenzaam voelen. Het wordt niet altijd door de ander begrepen, er is veel onbegrip en je hebt alles tegen. We komen alleen te staan. Maar dan mogen we net als Job ons oog op de Heere vestigen. De Heere werkt liefde tot Zijn dienst en weet van de onbegrepen wegen die we moeten gaan. Als vreemdeling ben je ook voorzichtig in je handel en wandel. Je wilt liever vrede in het hart met de Heere dan twist.  Zijn we al vreemdeling hier op aarde? Hebben we al waarachtig berouw over onze zonde en droefheid naar God? We mogen bidden: Heere leidt mij op de rechte weg. We kunnen ons zelf niet bevrijden van al het kwaad. Maar de Heere wil ons bevrijden. Als we leven als vreemdeling dan wordt het zichtbaar in ons leven. God leidt ons de weg op aarde. De weg van de Heere wordt bewonderd. Als vreemdeling zijn we onderweg naar huis. Hebben we al heimwee naar dat Thuis?
 
Hierna wordt Psalm 25:2 gezongen. Tijdens het zingen wordt een collecte gehouden voor Godsdienst onderwijs voor Adullam. Deze collecte brengt €376,55 op.
Er is een aantal vragen door ds. K van Olst beantwoord. Na het beantwoorden van de vragen zingen we psalm 42:1. Mw. Van der Kragt uit Wezep las het gedicht: Geleid naar Gods raad. Tijdens het zingen werd gecollecteerd voor de kosten van deze bijeenkomst. Deze collecte bracht € 231,45  op.
Mw. Van Ark bedankt ds. K. van Olst voor de gehouden lezing. Ds. K. van Olst sluit de bijeenkomst met gebed.
 
J. Beeke-Groenendijk, secretaresse
 
 
Verslag regiobijeenkomst Hersteld Hervormde Vrouwenverenigingen van de regio Noord Veluwe gehouden op 12 november 2015 in Elspeet

 

De presidente mw. Van Ark heet ieder van harte welkom.
Mw. Van Ark opent de bijeenkomst met het samen zingen van Psalm 34:4 en leest Genesis 28 vers 10 tot en met 22 en Johannes 1 vers 44 tot en met 52,waarna ds. N.A. Donselaar voorging in het gebed.
Ds. N.A. Donselaar hield een referaat met als thema: Het werk van de engelen.
Engelen zijn gedienstige geesten. In de Bijbel komen we op diverse plaatsen engelen tegen. Zoals bij de droom van Jakob te Bethel, Petrus in de gevangenis etc. Het was bijzonder dat de Heere een engel stuurde om Petrus te bevrijden. Petrus sliep, ondanks dat hij wist dat hij de andere dag ter dood veroordeeld was. Maar door verhoring van het gebed mocht Petrus slapen en bevrijd worden uit de gevangenis. Ook in onze tijd zijn er nog steeds gedienstige geesten. Boodschappers  van de Heere. Ze worden uitgezonden  door de Heere en ze staan voor Gods troon om God te dienen. Het aantal engelen is niet bekend maar in het boek Openbaring wordt gesproken over 10.000x10.000.
In de Bijbel wordt ook gesproken over de Engels des Heeren. Dit kun je lezen in de geschiedenis van Abram en Hagar en bij de aankondiging van de geboorte van Simsom. Met de Engel des Heeren wordt de eeuwige Zoon van God bedoeld. De Heere zond in het oude testament al Zijn Zoon naar de aarde: niet als Mens maar in de gedaante van een Engel.
Ook spreekt de Bijbel over  de aartsengel Michael en Gabriel. Michael strijdt tegen de boze engelen hier op aarde. De engel Gabriël bracht de boodschap van de komst van de Heere Jezus naar deze aarde aan Maria. Van nature zijn onze ogen gesloten voor de geestelijke werkelijkheid om ons heen.
De Bijbel spreekt ook over Cherubs. Ze hielden de wacht bij de hof van Eden nadat Adam en Eva waren verdreven uit het paradijs. Cherubs hebben een dienende taak en zijn geroepen om de heiligheid van de Heere te verkondigen. Het woord Cherubs betekent vurig. De profeet Elia voer ten hemel door vurige paarden en wagens en Elisa werd omringd door Serafs.
Maar er zijn ook gevallen engelen. De geestelijke boosheden, de duivelen en de satan. Zij schudden alles door elkaar om het Woord van de Heere in twijfel te brengen. De duivel is uit de hemel geworpen maar is nog steeds bezig om mensen van God af te trekken. Maar engelen zijn er vandaag ook nog. In Psalm 34 staat: des Heeren engel schaart een onverwinb’re hemelwacht, rondom hem, die Gods wil betracht. De engelen voeren Gods opdrachten uit en gehoorzamen de stem van God. Ze loven God met alle lof en aanbidding. Ze voeren ook Gods oordelen uit. Dit kunnen we zien bij de geschiedenis van Sodom en Gomorra. Ook de plagen in Egypte werden uitgevoerd door engelen zoals we kunnen lezen in Psalm 78.  Ook de dingen die nog moeten gebeuren, kunnen door de engelen uitgevoerd worden. Bij de wederkomst van Christus zullende engelen de ongelovigen bij elkaar brengen en worden geoordeeld. Maar de engelen zijn er ook om Gods kinderen te beschermen. De dichter van Psalm 91 zingt: Hij zal Zijn engelen gebien, dat ze u op weg bevrijden: gij zult hen, in gevaren zien voor uw behoudenis strijden. Wij mogen de Heere vragen om ons te bewaren en ons gedienstige geesten wil geven. Waardoor wij gedragen mogen worden. De Heere geeft ons dan een leger van engelen, die ons omringen mogen.
Er is vaak strijd om ons heen. Een strijd tussen het leger van de Heere en de duivel. De Heere lacht om Zijn vijanden. De Heere laat de strijd doorgaan, dat ligt in Zijn raad besloten. Maar als de Heere terugkomt dan zal die strijd voorbij zijn.
De Heere Jezus werd bij Zijn Hemelvaart door een wolk weggenomen. Bij de inwijding van de tempel door Salomo was er ook een wolk boven de tempel en ook bij tabernakel. De wolk heeft als betekenis: verberging van Gods heerlijkheid maar ook het zien van Gods heerlijkheid. Die wolk die de Heere Jezus wegnam is er nog steeds. De wolk is niet zien, maar de hemel is dichterbij als wij denken. Als de Heere Jezus wederkomt zal Hij in de wolk terugkomen. De heerlijkheid en heiligheid van de Zoon van God zal uitgestraald worden. Zeggen wij dan ‘heuvels bedekt ons’ of zeggen wij ’toon ons Uw heerlijkheid’? Is het ons verlangen om te zeggen: toon mij Uw heerlijkheid!

Hierna wordt Psalm 103:10 gezongen. Tijdens het zingen wordt een collecte gehouden voor vakantiewerk gehandicapten. Deze collecte brengt €247,25  op.
Er is een aantal vragen door ds. N.A. Donselaar beantwoord. Na het beantwoorden van de vragen zingen we psalm 91:5  Mw. Reijnders-Klok  uit Putten las het gedicht: de dienst der engelen. Tijdens het zingen werd gecollecteerd voor de kosten van deze bijeenkomst. Deze collecte bracht € 171,80  op.
Mw. Van Ark bedankt ds. Donselaar voor de gehouden lezing. Ds. N.A. Donselaar sluit de bijeenkomst met gebed.

 

J. Beeke-Groenendijk, secretaresse

 

 

Verslag regiobijeenkomst Hersteld Hervormde Vrouwenverenigingen van de regio Noord Veluwe gehouden op 14 april 2015 in Elspeet

 

De presidente mw. Van Ark heet ieder van harte welkom.
Ds. R.P. van Rooijen opent de bijeenkomst met het samen zingen van Psalm 119:65 waarna hij ons voorgaat in gebed. De schriftlezing voor deze avond was Romeinen 5: 1 tot en met 11 en Gelaten 5: 16-26.
Ds.Van Rooijen hield een referaat met als thema: geloof en gevoel.
Ieder mens heeft een strijd op de aarde. In het bijzonder hebben Gods kinderen een strijd op deze aarde. De een beleeft bepaalde zaken weer anders dan de ander. Leven we dicht bij het Woord van God? Wat is ons fundament in ons leven? We zijn allemaal onderweg naar de eeuwigheid. Het geloof in de Heere Jezus Christus moet ons fundament zijn in ons leven.
Het Christendom kent  drie pijlers. De dogmatiek, de ethiek en de bevinding. In Romeinen 5 spreekt Paulus over bevinding en ervaring van het geloof in het leven. Leidt de Heere al je leven? De Heere werkt op verschillende manieren. Dit kunnen we zien bijvoorbeeld bij het paasfeest. De Heere openbaarde zich telkens op een andere wijze aan de vrouwen, discipelen en de Emausgangers. De Heere weet precies wat wij nodig hebben. Hierin moet niet de mens centraal gesteld worden maar het werk van de Heere.
Wat bedoelen we met het woord gevoel? In de Bijbel komen we het woord gevoel zoals wij het kennen niet tegen. Met voelen kunnen we zeggen we komen tot een soort conclusie. Emoties worden wel genoemd in de Bijbel. Emoties zijn voor een ieder verschillend zoals ervaringen ook kunnen verschillen. In Job 37 kunnen we lezen over emoties. Daar zegt Job: Ook beeft mijn hart hierover. Job is vol ontzag over de Heere en Zijn werken. Je kunt het meestal merken als iemand met zijn hart er niet bij is. Het hart ontbreekt, je voelt aan dat het niet goed is. Het hart is een zetel van emoties. Uit het hart komt de liefde voor. Waar uw schat is daar is uw hart. De Heere zegt in Zijn Woord: Mijn zoon, Mijn dochter geef Mij uw hart. Waar de Heere mag werken, daar komt iets openbaar. Het geloof en gevoel zijn twee verschillende dingen. We moeten niet uit het gevoel redeneren maar uit het geloof. Eerst groeit er een boom en dan de vruchten. Het is de liefde van en tot Christus die de gelovigen aanspoort.
In Galaten 5 lezen van goede en slechte emoties. De werken van het vlees zijn gekijf, toornigheid, overspel, ontuchtigheid, afgoderij etc. Als je daarin volhardt dan zal je het koninkrijk van God niet beërven. Daarom hebben we wedergeboorte nodig. Als we onze zonden blijven koesteren dan is er geen verwachting. Maar door het wonder van genade is er toekomst. Dringt de liefde van Christus ons al? In deze tijd zien we vaak het probleem dat gevoel en geloof worden verward. Het geloof is een vast en zekere kennis van God. De Heere werkt door Zijn Geest het geloof in ons hart. Het is alleen om de verdienste van Christus. Het geloof geeft vertrouwen. De Heilige Geest geeft ons dat vertrouwen. De Heere leert de Zijnen dat Hij onbeperkt te vertrouwen is. De Heere heeft geen lust in de ongelovige. Het geloof is uit het gehoor. God geeft Zijn belofte dat Zijn woord niet ledig zal wederkeren. Daarom moeten we de middelen gebruiken die de Heere aan ons geeft. De Heilige Geest zal ons dan het geloof geven in ons hart. Dan mogen we de vruchten van de Geest gaan zien. Want de vruchten van de Geest zijn: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en matigheid.  Deze vruchten stalen naar buiten.
Als we echt verdriet over onze zonden hebben en droefheid tot God dan wil de Heere ons genadig zijn. Dan wil Hij zaligheid schenken. Het geloof en gevoel staan nauw naast elkaar. Iemand die Christus kent, straalt dit uit in zijn of haar leven. In onze tijd worden emoties vaak nagedaan. Het eigen ik en mijn gevoel staan in het centrum. Maar we moeten leven uit het geloof. Wat wil de Heere en niet wat willen we zelf. Kunnen we al zingen: Heer, ai maak mij Uw wegen bekend. Geen eigen keuzes maken en wat ik zelf fijn vind en je zelf in het middelpunt plaatsen. Maar leven uit Gods geboden en vragen wat wil de Heere. We kunnen ons afvragen is het geloof wel echt? Als we lauw zijn, moeten we ons wel afvragen: is de Heere wel het middelpunt van ons leven? Alles kan ons bij de handen afbreken, maar de Heere wil ons Zijn pad leren. Laat ons gebed zijn: Heere wat wil Gij wat we doen zullen? Door het Woord wordt ons de nabijheid van de Heere aan ons geopenbaard. Dat mogen we ook voelen en ervaren. Wie mag de Heere voor ons zijn? Zijn we al uitgedreven tot de troon der genade? Hebben we al leren bidden, o Heere wees mijn zondaar genadig.
Hierna wordt Psalm 6: 1, 2 en 4 gezongen. Tijdens het zingen wordt een collecte gehouden voor de zending van de Hersteld Hervormde Kerk. Deze collecte brengt €400,17  op.
Er is een aantal vragen door ds. R.C. van Rooijen beantwoord. Na het beantwoorden van de vragen zingen we psalm 119:54  Mw. Scheurs- ten Hove uit Oosterwolde las het gedicht Aanvechting voor. Tijdens het zingen werd gecollecteerd voor de kosten van deze bijeenkomst. Deze collecte bracht € 264,72  op.
Mw. Van Ark bedankt ds. Van Rooijen voor de gehouden lezing. Ds. Van Rooijen sluit de bijeenkomst met gebed.

J. Beeke-Groenendijk, secretaresse

Verslag regiobijeenkomst Hersteld Hervormde Vrouwenverenigingen van de regio Noord Veluwe gehouden op 18 november 2014 in Elspeet

De presidente mw. Van Ark heet ieder van harte welkom.
Ds. J.C. den Toom opent de bijeenkomst met het samen zingen van Psalm 27:7 waarna hij ons voorgaat in gebed. De schriftlezing voor deze morgen was Mattheüs 6 vers 5 tot en 13 en 25 tot en met 34.
In onze Bijbel lezen we heerlijke beloften voor degenen die bidden. Zoals bid en u zal het gegeven worden. Wat wordt verstaan over de verhoring van het gebed? In het boek van de psalmen komen wij vele gebeden tegen. Deze gebeden zijn ingegeven door de Heilige Geest. Hierin wordt niet alleen gepleit op onze lichamelijke nooddruft maar bovenal de roep naar  de Heere.
Bij het echte waarachtig bidden gaat het niet alleen om ons zelf, maar om de gemeenschap met Hem. Het verlangen naar God moet onze diepste drijfveer zijn om tot God te gaan. De ware bidder weet dat God hem vrede geeft. Het gaat om God zelf. Zodat wij Hem mogen bezitten, hulp van Hem mogen verwachten en Hem te leren kennen is alles. Ons gebed moet tot Gods eer geschieden. In het Onze Vader, wat de Heere Jezus zelf ons geleerd heeft, komen eerst de beden tot de Heere in voor daarna wordt pas voor het stoffelijke gebeden met de bede: Geef ons heden ons dagelijks brood. Dus niet eerst aan ons zelf denken, maar God op de voorgrond zetten in onze gebeden. We leggen vaak onze persoonlijke zorgen en noden bij de Heere neer en daar blijft het bij. Ons gebed moet beginnen met de Heere. Zulke gebeden zijn de Heere aangenaam.
Wanneer we tot de Heere naderen zijn al onze noden al bij de Heere bekend. De Heere is alwetend, de altijd wijze God. Hij kent ons hart. Dit geeft vrijmoedigheid om alles voor Hem neer te leggen. Ook als daar niet in staat toe zijn. De Heere wil er wel omgevraagd worden. Wij moeten alle dingen  overgeven in Zijn Hand. Hij hoort hen die hun heil verwachten zoals in psalm 65. Door het gebed wordt ons hart verwijd. Het is dan een voorrecht dat wij in Zijn wegen mogen wandelen. Dit geeft ons gebed een bevrijdende kracht.  Dan gaat God plaats nemen in u leven en nemen we toe in de kennis van Christus.
De Heere heeft zelf gezegd hoe we moeten bidden. Ook in de Heidelberger Catechismus in vraag en antwoord 117 leren wij hoe we moeten bidden. Ten eerste dat wij alleen de enige ware God behoren te bidden.  Ten tweede dat wij onze  nood en ellendigheid grondig moeten kennen. Ten derde dat wij  een vaste grond moeten hebben in ons gebed en de Heere moeten vertrouwen dat Hij ons gebed wil verhoren. Ook is belangrijk dat we weten tot Wie wij spreken, zodat we de gebeden niet gedachteloos uitspreken, dat onze houding eerbiedig is, weten wij wie wij zijn voor God en het kennen van ons zelf. Dit kunnen we niet uit ons zelf. Maar als we door God worden onderwezen gaan we ons zelf kennen en de Heere op de juiste manier kennen. We kunnen beslist niet buiten de vragen of we kennis hebben aan God en of weten we wie wij zijn voor God, dus zelfkennis.
Dagelijks hebben wij onze nood bij de Heere te brengen. Het is  niet alleen de lichamelijke nood maar bovenal onze geestelijke nood die wij bij de Heere moeten brengen. Als we niet weten wat onze zonden zijn, gaan we niet op onze knieën voor de Heere. Onze ogen moeten gericht op de Heere zijn en als de Heere ons ware zelfkennis geeft, dan leren wij ook ons zelf kennen. Dit geeft verootmoediging. Dan leren we met de tollenaar bidden: O Heere, wees Uw zondaar genadig. Dit geeft dan dat we met vrijmoedigheid mogen toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen te zijner tijd.
Als we de Heere mogen bezitten dan is dit meer dan genoeg. De Heere brengt alles met zich mee. Alle zaken waar we druk over maken, die zal de Heere ons geven. Zoekt eerst het Koningrijk van God en Zijn gerechtigheid en al het andere zal u gegeven worden. God zal dan werkelijk gedankt worden voor Zijn gaven.

Hierna wordt Psalm 81:12 gezongen. Tijdens het zingen wordt een collecte gehouden voor het vakantiewerk gehandicapten. Deze collecte brengt €337,05 op.
Er is een aantal vragen door ds. J.C. den Toom beantwoord. Na het beantwoorden van de vragen zingen we psalm 103:2.  Mw. Kolthoorn uit Oldebroek las het gedicht een lied voor de bruidegom voor. Tijdens het zingen wordt er gecollecteerd voor de kosten van deze bijeenkomst. Deze collecte bracht €274,02  op.
Mw. Van Ark bedankt ds. Den Toom voor de gehouden lezing. Ds. Den Toom sluit de bijeenkomst met gebed.

J. Beeke-Groenendijk, secretaresse

Verslag regiobijeenkomst Hersteld Hervormde Vrouwenverenigingen van de regio Noord Veluwe gehouden op 15 april 2014 in Elspeet

De presidente mw. Van Ark heet ieder van harte welkom.

Ds. W. Roos opent de bijeenkomst met het samen zingen van Psalm 99:1 en 2 waarna hij ons voorgaat in gebed. De schriftlezing voor deze avond was 1 Samuel 8 vers 1 tot en met 22.

De democratie komt  steeds meer op in onze samenleving, terwijl het theocratisch denken steeds meer naar de achtergrond schuift. Is dit altijd zo geweest? Democratie kwam in de Bijbel ook al voor. Als Aaron Mozes waarneemt als Mozes op de berg Sinai is, komt het volk naar Aaron toe en vraagt of hij een beeld wil maken, wat ze kunnen aanbidden. Daar gaat dus het volk spreken.

Theocratie is regering van God. Theocratie en democratie verdragen elkaar niet. In 1 Samuel 8 gaat het over de geschiedenis dat Israël een koning wil. Ze vragen niet de Heere God als Koning. De Heere wordt verworpen. Het volk Israël wil net als de andere volken een koning. Zo komt er van een theocratie een democratie. Ook bij de kruisiging van de Heere Jezus zien we de macht van het volk. Want het volk roept: kruisigt Hem.

Democratie is de wil van het volk. De Heere regeerde het volk via een mens. Het volk moest die  mensen vertrouwen. In de schriftlezing kwam naar voren dat het volk vond dat de zonen van Samuel het niet goed deden. Ze gingen van God af.

Ook in de geschiedenis zien we dat de mensen zich gaan ontworstelen aan het kerkelijk gezag. Brede lagen van de bevolking wilden zich tijdens de reformatie niet meer onder het gezag van de paus stellen. Tijdens de Franse revolutie in 1795 ging het volk regeren. Daarna waren er geen alleenheersers meer. Er kwam in ons land een volksvertegenwoordiging. Door de democratie kwamen er verkiezingen, het volk kon gaan stemmen. Er werden compromissen gesloten. Het is een regeringsvorm van de mens. God heeft steeds minder te zeggen. Deze staatsvorm is niet Gods bedoeling. De samenleving denkt God niet meer nodig te hebben. Artikel 36 van de Nederlandse geloofsbelijdenis zegt dat de overheid als taak heeft  de valse godsdienst uit te roeien. God vraagt dat het land naar Zijn Woord geregeerd wordt. Met de wet van God wordt geen rekening meer gehouden.

In de kerk hebben we ook te maken met democratie. Worden er nog stemmingen gehouden dat alleen de kerkenraad stemt en niet de gemeente? Het kerkvolk is ook mondig geworden. In het gezin  valt  het gezag  ook weg.

Als we de Heere mogen kennen door genade, dan laten we de Heere de weg is ons leven bepalen. Onze eigen wil wordt gebroken en dan wil je niet meer je eigen gang gaan.  Onze oude natuur wordt gedood. De Heere God regeert dan in je leven. Niet meer ik, maar Christus leeft in mij. Altijd met de Heere leven en spreken. Net als koning David. Maar als je nog eigen baas bent, zoek dan de Heere zodat Christus  in je leven Koning mag worden. Theocratie heeft de toekomst. Als God ons regeert dan kunnen we ons verheugen in ons heil en zingen: Maar blij vooruitzicht dat mij streelt, ik zal ontwaakt uw lof ontvouwen, U in gerechtigheid aanschouwen, verzadigd met uw goddelijk beeld.

Hierna wordt Psalm 73 vers 8 en 9 gezongen. Tijdens het zingen wordt een collecte gehouden voor het Bijbelhuis in Den Helder. Deze collecte brengt €312,52 op.

Er is een aantal vragen door ds. Roos beantwoord. Na het beantwoorden van de vragen zingen we psalm 25:2.  Mw. Beeke uit Epe las het gedicht: ‘De Heere regeert’ voor. Tijdens het zingen wordt er gecollecteerd voor de kosten van deze bijeenkomst. Deze collecte bracht €189,56  op.

Mw. Van Ark bedankt ds. Roos voor de gehouden lezing. Ds. Roos sluit de bijeenkomst met gebed.

 

J. Beeke-Groenendijk, secretaresse

  • © hersteld hervormde kerk 2017

Ontwerp en realisatie: