• " En Jezus zeide tot hen:
    Volgt Mij na, en Ik zal
    maken, dat gij vissers
    der mensen zult worden. "
    Markus 1 vers 17
  • " Onderzoekt de Schriften;
    want gij meent in dezelve
    het eeuwige leven te
    hebben; en die zijn het,
    die van Mij getuigen. "
    Johannes 5 vers 39
  • " Uw woord is een lamp
    mijn voet, en een licht
    voor mijn pad. "
    Psalm 119 vers 105

De avond van een preekoefening

25 januari 2017

Gedurende het studiejaar wordt maandelijks een preekoefening gehouden. Om aan het einde van de studie het kerkelijk examen te mogen afleggen, dient een student 30 preekoefeningen te hebben bijgewoond.

Behalve dat voldoende deelname aan de preekoefeningen deel uitmaakt van de eindtermen van de opleiding, is het bijwonen ervan van groot belang voor de homiletische vorming en vaardigheid.

Wanneer
Elke student houdt tenminste twee preekoefeningen. De eerste preekoefening wordt altijd gehouden in de Ichthuskerk in Soest, onder supervisie van de docent homiletiek. Deze eerste preekoefening mag een student houden nadat hij de modules Homiletiek 1 en Homiletiek 2 met goed gevolg heeft afgerond. Als deze preekoefening positief beoordeeld wordt, is de student gerechtigd het preekconsent aan te vragen. De tweede (of eventueel derde) preekoefening wordt gehouden onder supervisie van een andere docent in het kerkgebouw van de Hersteld Hervormde Gemeente te Veenendaal, Lunteren, Ede of Boven-Hardinxveld.

Indeling van de avond
Om de preekoefening ordelijk te laten verlopen, wordt het volgende tijdpad zoveel mogelijk in acht genomen:
19.00 – 19.05 uur, opening door de docent
19.05 – 19.50 uur, preekoefening
19.50 – 20.00 uur, gelegenheid voor vragen van gemeenteleden
20.00 – 20.15 uur, afsluiting eerste deel, afscheid gemeenteleden, koffie voor studenten
20.15 – 20.40 uur, formele kritiek en feedback logopediste
20.40 – 21.00 uur, exegetische kritiek
21.00 – 21.20 uur, dogmatische kritiek
21.20 – 21.40 uur, homiletische kritiek
21.40 – 22.00 uur, evaluatie en eindkritiek door de docent
22.00 uur, afsluiting met gebed door de predicator

Wie doet wat
Behalve de predicator heeft ook een viertal studenten een belangrijke bijdrage aan de preekoefening. Met het oog op de bespreking verzorgen deze vier studenten respectievelijk de formele, exegetische, dogmatische en homiletische kritiek. Het is van belang dat dat op een goede manier gebeurt; de oefening is bedoeld om met en van elkaar te leren. Het zou mooi zijn als de preekoefeningen eraan bijdragen dat er een ‘community of learners’ ontstaat, waarbij we elkaar door middel van opbouwende kritiek vanuit een positieve gezindheid helpen om exegetisch en homiletisch vaardiger te worden.

De preekoefening
De docent opent het werkcollege (het is geen kerkdienst!) met het welkom heten van de gasten en gaat daarna voor in gebed. Daarna geeft de docent het woord aan de predicator die eerst het Schriftgedeelte voorleest en daarna de preek houdt. Er wordt niet gezongen. Iedere gedachte aan een officiële kerkdienst moet verre gehouden worden, want dan krijgen we vragen als: ‘Waarom geen votum? Waarom geen geloofsbelijdenis?’ Net zolang tot alle elementen van de eredienst teruggevonden worden en bijvoorbeeld ook de hoofdbedekking van de vrouw. Het gaat echt om een oefening in een omgeving die de realiteit van de toekomstige preekarbeid benadert. De studenten (met uitzondering van degene die de formele kritiek heeft) worden verzocht niet mee te lezen vanaf papier. Gewoon functioneren als echte luisteraars.

Na de preek krijgen de aanwezige gemeenteleden de gelegenheid hun opmerkingen te maken. De docent gaat met een microfoon rond, zodat iedereen het kan verstaan. De docent bewaakt ook de tijd, zodat om acht uur de oefening in de kerkzaal beëindigd wordt. Na de preekoefening gaat de predicator bij de uitgang staan om de gasten een hand te geven. Zo kunnen gemeenteleden ook nog iets persoonlijks zeggen. De studenten begeven zich naar de zaal.

De preekbespreking
De preekbespreking is een werkcollege en wordt alleen gehouden met studenten van onze opleiding. Er is dus geen gelegenheid om vrienden, echtgenote, ouderling uit de thuisgemeente of wie dan ook de bespreking te laten bijwonen, hoe graag ze het ook willen. Na het inschenken van koffie of thee wordt zo snel mogelijk tot de bespreking overgegaan.
Voor de preekoefeningen worden vier officiële critici aangewezen met de hieronder omschreven opdracht. Ze krijgen in deze volgorde het woord: (1) de formele kritiek, (2) de exegetische kritiek, (3) de dogmatische kritiek en (4) de homiletische kritiek. De critici zetten hun feedback op papier en beperken zich tijdens de bespreking tot de hoofdpunten.
1.De formele kritiek. De criticus voor de formele kritiek richt zich op de formele kant van de preek:
a. Liturgie
b. Woord- en taalvaardigheid.
c.Gebruik van voorbeelden en citaten.
d. Aanspreken jongens en meisjes, jongeren, ouderen.
e. Na de preekoefening nog opmerkingen over: stem – houding – relatie tot papier – contact met de gemeente.
2. De logopediste. Na de student met formele kritiek krijgt de logopediste het woord om haar indrukken weer te geven over houding, ademhaling, uitspraak, taal en stijl en wat meer tot haar competentie behoort.
3.  De exegetische kritiek. De criticus beperkt zich tot de exegese die aan de preek ten grondslag ligt. Hij heeft zelf enkele commentaren geraadpleegd om zijn kritiek met deze werken te ondersteunen.
4.  De dogmatische kritiek. De criticus beperkt zich tot de verwerking van de dogmatische noties van de tekst in de preek. Is het eigene van de dogmatische noties in de tekst in het voorwerk genoemd en verantwoordt de predicator zijn keuze? Wordt, worden de notie(s) in de preek zuiver weergegeven? Hadden er andere aspecten van de dogmatische noties in andere Schriftgedeelten bij betrokken moeten worden?\

5. De homiletische kritiek. De criticus beperkt zich tot de preek als werkstuk. Zijn de homiletische regels goed toegepast. Zijn thema en doel van de preek goed geformuleerd? Is de juiste preekvorm gekozen? Worden hoofd, hart en handen aangesproken ofte wel de wil, het verstand en het gevoel? Et cetera.

Het geven van kritiek
Kritiek geven is niet eenvoudig. Persoonlijke aspecten en gevoelens spelen altijd een rol. Wees je daarvan bewust. Kritiek richt zich op de inhoud en niet op de persoon. Dit moet in acht genomen worden bij de wijze van formuleren. De kritiek wordt per onderdeel behandeld. Eerst krijgt de officieel aangewezen criticus het woord en daarna kunnen andere studenten hun toevoegingen geven. Van de studenten wordt verwacht dat zij thuis:
- het voorwerk en de preek goed bestudeerd hebben,
- er minimaal één wetenschappelijk commentaar op nageslagen hebben en
- de verklaring van Calvijn geraadpleegd hebben.
Zo wordt voorkomen dat er gedachten als kritiek geuit worden die ter plekke opwellen. Dit brengt de bespreking op een hoger niveau en zorgt er voor dat alle studenten voordeel trekken uit de bestudering.

Eindcriticus
De docent vat aan het einde de kritiek samen en geeft zijn aanwijzingen. Er wordt naar gestreefd om tien uur klaar te zijn. De predicator eindigt met dankgebed. Als de bespreking teveel inspanning gekost heeft, kan hij het ook aan de docent vragen. 

  • © hersteld hervormde kerk 2017

Ontwerp en realisatie: