mannenbond

Meer over Toogdag

Toogdag 2012

Klik hier om de uitnodiging te downloaden.

Verslag
Op zaterdag 27 oktober was er de 2e Landelijke Toogdag van de Hersteld Hervormde Mannenbond. Met dankbaarheid zien we terug op een goed bezochte dag, waarbij ook vertegenwoordigers van de Gereformeerde Gemeenten, Christelijk Gereformeerde Kerk en de Hersteld Hervormde Vrouwenbond aanwezig waren.

Na de opening mediteerde Ds. J.C. den Toom over Psalm 27 : 4 ’Een ding heb ik van den Heere begeerd, dat zal ik zoeken: dat ik al de dagen mijns levens mocht wonen in het huis des Heeren, om de liefelijkheid des Heeren te aanschouwen, en te onderzoeken in Zijn tempel.’ Waar is het ons om te doen tijdens onze bijeenkomsten als mannenverenigingen? Wat is ons verlangen als we de verenigingsavonden bezoeken? Met deze vragen opende de voorzitter van de Hersteld Hervormde Mannenbond deze dag. Koning David had vele verantwoordelijkheden. Vele zaken vroegen zijn aandacht. Toch was er één zaak wat boven alles zijn hart vervulde. Het was een vrucht van Gods genade dat deze begeerte aangetroffen werd in het hart van een adamskind. Ds. J.C. den Toom sprak de wens uit dat vanuit deze begeerte de verenigingsavonden zouden worden bezocht.

Het eerste referaat werd gehouden door Ds. P. Korteweg, predikant van de Hersteld Hervormde Gemeente te Oud-Beijerland. Hij sprak over ‘De Nederlandse Geloofsbelijdenis’. Een kostbaar belijdenisgeschrift, wat geschreven is uit verzet tegen de leer van Rome en van de wederdopers. De belijdenis begint in artikel 1 met de eeuwigheid vóór ons, en eindigt in artikel 37 met de eeuwigheid ná ons. Dat Guido de Brès geen opstand onder het volk wilde bleek uit heel zijn optreden. Het artikel 36 over de overheid is geschreven in een tijd waarin de brandstapels rookten. Ds. P. Korteweg wees erop dat bij Guido de Brès het belijden een zaak was van zowel het hoofd als het hart, zo blijkt ook uit het begin van het artikel 1. De belijdenis van de gereformeerde leer heeft Guido de Brès met zijn leven moeten bekopen. Voor hem was sterven echter eeuwig erven. Zijn verlangen lezen we aan het einde van artikel 37 ‘Daarom verwachten wij dien groten dag met een groot verlangen, om ten volle te genieten de beloften Gods, in Jezus Christus, onzen Heere.’

Het tweede referaat werd gehouden door Ds. W.J. op ’t Hof, predikant van de Hersteld Hervormde Gemeente te Urk. Hij sprak over ‘De nadere reformatie nu!’. De lezing werd verdeeld in twee punten, de noodzaak en het begin van deze reformatie. Waar nemen wij genoegen mee? Wanneer zijn wij tevreden? Als alles gaat zoals het gaat? De predikant merkte op dat wij vaak tevreden zijn als er niet al te veel onrust is. We zijn blij met het verenigingsleven, we zijn verheugd met een goede opkomst tijdens de kerkdiensten. Maar is er in onze gemeenten ook geestelijk leven? Met minder mogen wij niet genoegen nemen. Ds. W.J. op ’t Hof wees erop dat Jacobus Koelman en Willem Teellinck al hadden geschreven over een reformatie binnen de gemeente. Naast het gebed voor de predikant en de kerkenraad, dient er ook gelet te worden op het aannemen van lidmaten. Waarom willen zij belijdenis doen? Tijdens de gesprekken met belijdeniscatechisanten dient erop gewezen te worden dat de gehele handel en wandel overeenkomstig Gods Woord dient te zijn. Ds. W.J. op ’t Hof wees op het nauwe verband tussen het doen van openbare belijdenis en het ware geloof. De apostel Filippus stelde in Handelingen 8:37 ‘Indien gij van ganser harte gelooft, zo is het geoorloofd.’

Aan beide sprekers werden diverse vragen gesteld. We zien terug op een goede dag waarin vanuit beide referaten veel stof tot overdenking werd geboden.

De secretaris

  • © hersteld hervormde kerk 2017

Ontwerp en realisatie: