• " En hetzij dat een lid lijdt,
    zo lijden al de leden mede
    "
    1 Korinthe 12 vers 26

Meer over FAQ

Financiën

Wat is een diaconaal quotum?
Een diaconaal quotum is een bijdrage per gemeentelid die jaarlijks van diaconieën gevraagd wordt. Het geld wordt gebruikt ter dekking van de kosten die gemaakt worden door de generale diaconale commissie en de classicale diaconale commissies en vergaderingen. Denk hierbij aan het organiseren van toerustingsavonden, de secretariële en administratieve ondersteuning door het kerkelijk bureau en bijdragen aan kerkelijke periodiek(en). Verder wordt een deel van de quotumbijdrage toegevoegd aan de fondsen die door de generale diacones commissie beheert wordt (waaronder het fonds Noodhulp en rampen). Voor 2016 is de bijdrage vastgesteld op 1,50 per doop- en belijdend lid.

Is het verstandig om als diaconie voor langere tijd financiële hulp te geven?
De basislijn in de diaconale financiële ondersteuning is dat het nooit om structurele hulp mag gaan. Indien er structurele hulp nodig is, dan zijn er zaken aan de orde van andere aard. Het kan zijn dat het huishoudboekje niet op orde is, of dat er sprake is van een grote kostenpost door, verslaving, of is er geen balans in vaste kosten en inkomen en zo voorts. Een diaconie is er om mensen te helpen in hun nood, ongeacht achtergrond of oorzaak. Maar als het om langdurige hulp gaat is het goed om bovenstaande tegen het daglicht te houden en hierbij professionele organisaties in te schakelen. Denk hierbij aan de burgerlijke gemeente of andere organisaties die actief zijn in budgetbeheer.

Als diaconie willen wij graag een collecteopbrengst te goede laten komen aan gevangen- en verslavingszorg. Bij welke organisaties kunnen we hiervoor terecht?
Door de generale diaconale commissie is een lijst samengesteld met diaconale organisaties. Deze lijst kunt u hier downloaden. Let op: dit betekent niet automatisch dat de generale diaconale commissie de grondslag van de genoemde stichtingen (volledig) onderschrijft. Er is een onderverdeling gemaakt tussen binnenlands, buitenlands diaconaat en diaconale projecten in Israël. Voor de volledigheid merken we nog op dat het de eigen verantwoordelijkheid is van de plaatselijke diaconie welke organisaties zij steunt. Van belang is om regelmatig de uitgegeven nieuwsbladen en jaarrekeningen door te nemen.

Een gemeentelid van ons is ZZP-er en heeft sinds een aantal jaren een eigen bedrijf. Onlangs is geconstateerd dat hij ernstig ziek is, daardoor kan hij in ieder geval voorlopig niet werken. Zelf heeft hij geen arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten en onze diaconale middelen zijn beperkt. Wat kunnen wij als diaconie doen?
Omdat het betreffende gemeentelid ZZP-er is, is het moeilijker om aanspraak te doen op voorzieningen. Tegelijkertijd hebben burgerlijke gemeenten soms wel een en ander geregeld. Een tip die is om na te gaan bij de burgerlijke gemeente of het gezin recht heeft op bijstand. Gemeenten kunnen het Besluit bijstand zelfstandigen (bbz) toepassen. Wanneer het bedrijf levensvatbaar is, kan de gemeente een krediet verstrekken om de ziekteperiode te overbruggen.

Wat is een verantwoorde hoogte van een diaconale buffer?
Als diaken heeft u de roeping om te zien naar de naaste in nood, dit betekent dat geld niet onnodig opgespaard moet worden. Een vaste regel voor de hoogte van een diaconale reserve is echter moeilijk te geven. Er zijn grofweg twee manieren om de gewenste hoogte van een reserve te bepalen.

Methode 1 – anderhalf keer de gemiddelde hulpverlening
Een hulpmiddel om toch tot een weloverwogen hoogte van het vermogen van de diaconie te komen, is het beoordelen van de uitgaven van de diaconie over de achterliggende vijf jaar en op basis van deze uitgaven een gewenste reserve vast te stellen. Een mogelijke richtlijn daarbij is: anderhalf maal de gemiddelde jaaruitgave van de afgelopen jaren.

Methode 2 – bedrag per lid
Als globale richtlijn voor de achter de hand te houden reserve van een diaconie kan €150 per belijdend lid en dooplid worden aangehouden. Ervaring leert dat een grotere reserve vrijwel nooit hoeft te worden aangesproken. Maar het hangt af van de samenstelling van de gemeente. Omdat deze laatste methode niet is gebaseerd op werkelijke steunverleningscijfers uit het verleden bestaat het risico dat de buffer onnodig – en daarmee dus onverantwoord – hoog wordt. Wees als diaconie hierop beducht en voorkom onnodig oppotten van diaconaal geld.

  • © hersteld hervormde kerk 2017

Ontwerp en realisatie: