| Meditatie |
|
Aan de Heere gewend 'Gewen U toch aan Hem, en heb vrede; daardoor zal U het goede overkomen.' Job 22:21 De tekst uit Job 22 staat in de rede van Elifaz. Een van de vrienden die Job kwam troosten nadat hij op een dag gestort werd in de smeltkroes van de beproevingen. Mensen zijn moeilijke vertroosters, is al meer dan eens gezegd. Dat zien we ook hier. Elifaz beschuldigt Job van vele misdaden, van wreedheid en geweld. Later moet de Heere de vrienden van Job bestraffen, omdat ze zo onwijs hadden gehandeld met Job. Intussen is het wel zo, dat Elifaz ware dingen heeft gezegd. Na de valse beschuldigingen geeft hij Job heilzaam raad: “Gewen U toch aan Hem, en heb vrede”. En dat was nodig voor Job en voor zijn vrienden: “Gewen U toch aan Hem”. Dat wil zeggen aan iemand gewend zijn, iemand kennen, zich aan iemand onderwerpen. Wij kunnen het ook zo vertalen: Raak gewend aan de Heere. Leer Hem kennen en erkennen in al uw wegen. Samengevat: Wandelt met God. In het paradijs waren wij in Adam op het allervolmaaktst aan de Heere gewend. Maar door onze val zijn we niet meer aan Hem gewend. Dat is zonde. Dat is onze armoede, onze vervreemding en eenzaamheid. Geldt deze vermaning ook ons niet? Wij zijn in het diepst van ons hart niet aan de Heere gewend. Wat leeft er ook bij ons een opstand als het niet goed gaat. Of een doffe berusting, wat in wezen niet anders is dan opstand, een niet gewend zijn aan de Heere, omdat we ons aan Hem niet willen onderwerpen, zoals een ongewend kalf dat voor de ploeg wordt gezet en de verzenen tegen de prikkels slaat. “Gewen U toch aan Hem, en heb vrede”. Zalig wie voor de Heere heeft leren buigen, die aan Gods wegen, aan God zelf gewend is. De Heere slaat ons niet van zich af, maar naar Zichzelf toe. Bent U al in die richting gekomen? Leer zo de Heere kennen in Zijn kastijdende liefde. Wees vertrouwelijk met Hem in het gebed, blijf Hem al de dag verwachten. Betracht meerdere kennis van Hem te verkrijgen. Zoekt Zijn aangezicht en wandelt voor Zijn aangezicht. Want niet de Heere past Zich aan aan Zijn kind, maar Zijn kind moet leren zich aan te passen aan Hem. Dat maakt de strijd van de christen op aarde uit. Hij moet in dit 'gewenningsproces' zichzelf verloochenen. Maar toch geeft dit alles een heilzame vrucht: “en heb vrede”. Wie niet aan de Heere gewend is, heeft geen vrede. Dan voert U nog oorlog tegen God. En wie houdt dat vol? Vroeg of laat zult U het verliezen. En daarom is het beter om vroeg, dan te laat de strijd te verliezen! De wapens uit handen, overgave aan Hem. Hij bedoelt uw ondergang niet, maar uw behoud. Vrede met God, om Christus wil. Heb vrede. Dat is de vrede die alle verstand te boven gaat. Niet te bevatten, alleen maar te geloven in aanbidding. “En heb vrede”. Dan draagt U de lasten van het leven zo heel anders. Ziende op Hem, Die onze vrede is. Vrede met God. Oorlog tegen de wereld, de satan en het eigen ik. Gods kind heeft een strijd op aarde. Een heilige oorlog. In vele benauwdheden. Maar uit die alle redt de Heere keer op keer. En Hij zegt het: Vreest niet. Ik ben het. Ik ben met U al de dagen. Daar laat de Heere in vervulling gaan wat Elifaz tegen Job zegt: “daardoor zal U het goede overkomen”. Daarmee worden aardse en hemelse zegeningen bedoeld. Aardse goederen zoals Job die kreeg toen de Heere zijn gevangenis gewend had. Maar vooral heeft Job het allerhoogste goed mogen ontvangen: Ik weet dat mijn Verlosser leeft! Erfgenaam van God en medeerfgenaam van Christus. En in Christus Jezus ontmoeten we het goede Gods. Door Zijn armoede worden we rijk gemaakt door Hem en met Hem. Jezus te bezitten is alles te hebben! Weg wereld, weg schatten, gij kunt niet bevatten.... “het goede zal U overkomen”. Het zal U toestromen om niet. De vrede Gods en de eeuwige zaligheid. Straks zal in volle stromen het goede U overkomen wanneer de strijd ten einde is. De bergen zullen vrede dragen, Lunteren, A.J. Schalkoort
|


